‘We can be heroes. Just for one day’. Deze zin, afkomstig van David Bowie’s single “Heroes” , ken je ongetwijfeld. Maar ken je het album ook? Of is dit weer, net als z’n voorganger Low, zo’n moeilijke Bowie-plaat die je wel in huis hebt, maar amper beluistert? Niet doen! Okee, “Heroes” is wederom niet vrolijkmakend, maar wat is het een intrigerend tijdsdocument en wat staan er weer een aantal exorbitant mooie nummers op. Deel 2 van 3 in de Berlin-trilogy reeks van Bowie: “Heroes”.
Waarom “Heroes” de moeite van het luisteren waard is? Het is Bowie op een Koto in een Japanse mostuin. Het is Bowie tetterend op een saxofoon alsof zijn leven er van af hangt. Het is Bowie die weer zin krijgt in muziek maken. Het was en is ontzettend invloedrijke plaat en bevat het nummer ‘”Heroes”‘, dat net als Queen’s ‘We are the Champions’ een iconisch lijflied is geworden. “Heroes” is een kolos onder de popalbums.
Low deel 2
Omdat de releasedatum van Low vertraagd was, volgde “Heroes” al snel. Beide platen kwamen uit in 1977. Het album kan gezien worden als Low deel 2: het werd grotendeels met dezelfde groep muzikanten opgenomen, wederom geproduceerd door Tony Visconti en uiteraard weer onder auspiciën van verstrooide popprofessor Brian Eno. Gitarist Robert Fripp speelde in razend tempo (1 dag!) een aantal gitaarpartijen in die zo ontzettend bepalend zijn voor de sound van het album. De locatie, de Hansa Studios in Berlijn lag op steenworpafstand van de Muur en een wachttoren met bewapende soldaten. Iets wat zeker invloed had op de stemming en sfeer van het album. De meeste nummers werden in één take opgenomen en in totaal stond het hele album binnen één maand op tape. Zo gaat dat vaak met meesterwerken.
Bowie met snor, Visconti en assistent Edu Meyer in de Hansa Studios. Foto: Barbara Meyer
Helden De cover-art, gefotografeerd door de Japanner Masayoshi Sukita, laat een verontrustend kijkende Bowie zien in een artistieke pose, gebaseerd op de schilderijen Ein Junger en Roquairol van de Duitse expressionistische schilder Erich Heckel (1883-1970). Niet geheel ontoevallig is de coverfoto van Iggy Pop’s The Idiot (1977, geproduceerd door Bowie) op dezelfde schilderijen gebaseerd.
Met twee uiterst experimentele, maar succesvolle platen in zijn kielzog, voelde David Bowie zich begin 1979 nogal uitgebowie’d. Ook had zijn muziek de hitlijsten al twee jaar niet gehaald. Tijdens een pauze in de wereldtournee van 1978 nam hij opnieuw met Brian Eno en Toni Visconti een album op, dat bekend staat als de derde in de Berlin-trilogy. Vreemd, aangezien het ten eerste niet in Berlijn werd opgenomen en ten tweede een stijlbreuk is in vergelijking met Low en “Heroes”. Het werd een narratief album dat bekend staat als Bowie’s ‘reisplaat’. Deel 3 in de Berlin-trilogy reeks van Bowie: Lodger.
Het derde ‘Berlijn’-deel kreeg een aantal werktitels mee, voordat het in mei 1979 definitief als Lodger in de winkel lag, waaronder Planned Accidents en Despite Straight Lines, beide verwijzend naar Bowie’s nieuwste compositiemethode. Onder de muzikanten bevonden zich, naast vaste krachten Carlos Alomar (slaggitaar) en George Murray (bas), gitarist Andrew Belew van King Crimson. Opnames vonden plaats in Zwitserland en New York en ondanks het ontbreken van instrumentale nummers en gezien het feit dat er zelfs een aantal ‘hits’ op staan is Lodger verre van een commercieel album. Het is een experimentele en chaotische plaat met zeer diverse muziekstijlen en nummers die soms zelfs tegen het valse aan klinken en verzinken in een bak met herrie. Fameus voorbeeld hiervan is het nummer ‘Boys Keep Swinging’, waarop Bowie de bandleden van instrument liet wisselen. Ja, dat is vragen om wanorde.
Bowie in 1979
Het levert wel een bijzondere langspeler op met een geheel eigen geluid, maar zonde is het ook wel een beetje, aangezien er een aantal zeer mooie nummers op staan die ten onder gaan in de brei van de proef. De opnames van Lodger verliepen ook minder vlot dan de vorige albums. Tijdens de drie opnameweken werd duidelijk dat Bowie en Eno behoorlijk andere kanten op wilden met de nummers en muzikaal gezien niet meer op één lijn zaten. Zo heeft Eno in latere interviews ook laten weten dat hij van de drie Berlijn-albums het minst trots op Lodger is. Bandleden vertelden de media ook dat het duidelijk was dat ook Bowie’s hart niet volledig in dit album zat. Een ander veel gehoord kritiekpunt is dat de geluidskwaliteit van Lodger beneden peil is. Op nieuwe digitale uitgaven op CD valt het nog wel mee (al is het zeker hoorbaar), maar op vinyl klonk het dof zonder goed hoorbare hoge en lage tonen. Het tekort aan bezieling, dat er wél was bij Low en “Heroes”, is hier aansprakelijk.
Met twee uiterst experimentele, maar succesvolle platen in zijn kielzog, voelde David Bowie zich begin 1979 nogal uitgebowie’d. Ook had zijn muziek de hitlijsten al twee jaar niet gehaald. Tijdens een pauze in de wereldtournee van 1978 nam hij opnieuw met Brian Eno en Toni Visconti een album op, dat bekend staat als de derde in de Berlin-trilogy. Vreemd, aangezien het ten eerste niet in Berlijn werd opgenomen en ten tweede een stijlbreuk is in vergelijking met Low en “Heroes”. Het werd een narratief album dat bekend staat als Bowie’s ‘reisplaat’. Deel 3 in de Berlin-trilogy reeks van Bowie: Lodger.
Het derde ‘Berlijn’-deel kreeg een aantal werktitels mee, voordat het in mei 1979 definitief als Lodger in de winkel lag, waaronder Planned Accidents en Despite Straight Lines, beide verwijzend naar Bowie’s nieuwste compositiemethode. Onder de muzikanten bevonden zich, naast vaste krachten Carlos Alomar (slaggitaar) en George Murray (bas), gitarist Andrew Belew van King Crimson. Opnames vonden plaats in Zwitserland en New York en ondanks het ontbreken van instrumentale nummers en gezien het feit dat er zelfs een aantal ‘hits’ op staan is Lodger verre van een commercieel album. Het is een experimentele en chaotische plaat met zeer diverse muziekstijlen en nummers die soms zelfs tegen het valse aan klinken en verzinken in een bak met herrie. Fameus voorbeeld hiervan is het nummer ‘Boys Keep Swinging’, waarop Bowie de bandleden van instrument liet wisselen. Ja, dat is vragen om wanorde.
Bowie in 1979
Het levert wel een bijzondere langspeler op met een geheel eigen geluid, maar zonde is het ook wel een beetje, aangezien er een aantal zeer mooie nummers op staan die ten onder gaan in de brei van de proef. De opnames van Lodger verliepen ook minder vlot dan de vorige albums. Tijdens de drie opnameweken werd duidelijk dat Bowie en Eno behoorlijk andere kanten op wilden met de nummers en muzikaal gezien niet meer op één lijn zaten. Zo heeft Eno in latere interviews ook laten weten dat hij van de drie Berlijn-albums het minst trots op Lodger is. Bandleden vertelden de media ook dat het duidelijk was dat ook Bowie’s hart niet volledig in dit album zat. Een ander veel gehoord kritiekpunt is dat de geluidskwaliteit van Lodger beneden peil is. Op nieuwe digitale uitgaven op CD valt het nog wel mee (al is het zeker hoorbaar), maar op vinyl klonk het dof zonder goed hoorbare hoge en lage tonen. Het tekort aan bezieling, dat er wél was bij Low en “Heroes”, is hier aansprakelijk.
Een trip
Toch is Lodger de moeite waard. Het is letterlijk en figuurlijk een trip die je meeneemt naar de meest obscure hoeken van onze en de muzikale wereld. Spontaniteit speelde een sleutelrol tijdens het opnameproces en dat heeft op het merendeel van het album een positieve invloed gehad. De nummers werden in twee, het liefst zelfs in één take opgenomen, zodat de fouten er gewoon in bleven. Over Planned Accidents gesproken.
De albumhoes weerspiegelt de inhoud van Lodger goed: verontrustend. Want wat is er nu eigenlijk op te zien? Bowie door Brian Duffy gefotografeerd met een ingedeukte neus op een lade in een mortuarium, armen en benen in een ongemakkelijke positie. En dit alles in de vorm van een ansichtkaart, namens ene ‘Lodger’ (in vier talen), geadresseerd aan David Bowie, p/a RCA Records te Londen. En wat heeft ‘ie in zijn in verband gewikkelde rechterhand?
Een aantal bronnen vermelden dat de pose een verwijzing is naar de vermoorde Che Guevara. Niet zo vreemd, aangezien de binnenkant van de vynil versie foto’s laat zien van Guevera’s lijk, tezamen met Andrea Mantegna’s schilderij ‘The Lamentation over the dead Christ’. Eén ding maakt de cover wel duidelijk: Bowie is op reis en stuurt dit album als kaartje. Lodger (huurder) gaat dan ook van Afrika naar Turkije en van Griekenland naar Rusland waar Bowie dan ook vol overgave over zingt. Niet voor niets vangt het album aan met ‘Fantastic Voyage’.
De binnenkant van de vynil cover van Lodger
Nummer voor nummer
Laten we de nummers één voor één behandelen. Te beginnen met de zwakste kant, Kant A.
‘Fantastic Voyage’ is een prachtige ballad (met Belew en Visconti op de mandoline) met een intrigerende tekst. Een verademing ook, na de donkere klanken van de twee voorgangers. Het is Bowie’s eerste “protestsong” sinds een lange tijd, waarin hij de dreiging van een (nucleaire) holocaust en de “depressie” van de leiders in de zeventiger jaren bezingt als een ouwe man die terugkijkt op betere tijden. ‘It’s a moving world, but that’s no reason to shoot some of those missiles’, zingt Bowie. En later op cynische toon: ‘We’ll get by. I suppose’. Grappig detail: ‘Fantastic Voyage’ heeft exact hetzelfde akkoordenschema als ‘Boys Keep Swinging’, nummer 8 op het album. En vergelijk ‘m ook eens met ‘Word On A Wing’ uit 1976. Hoor je de gelijkenis?
Nummer 2 neemt ons in een kleine drie minuten mee naar Afrika. ‘African Night Flight‘ is het meest vernieuwende nummer op de plaat. Bowie rapt notabene. Nou ja, hij praat heel snel. Op de achtergrond gaat Eno helemaal los en tovert een arsenaal aan jungle geluiden uit zijn synthesizer (‘cricket menace’ volgens de credits). Het nummer is gebaseerd op Bowie’s gesprekken met inboorlingen tijdens zijn reizen door Afrika, maar het is tevens een parodie op een gedicht van W.H. Auden, genaamd ‘Night Mail‘. Hoe het ook zij, ‘African Night Flight’ is een geinig niemendalletje, schijnbaar geïnspireerd door een achterstevoren gedraaide versie van Credence Clearwater Revival’s ‘Suzy Q’. Oh, en ‘Asanti habari, Asanti nabana’ betekent ‘Hello, Goodbye’. Mij doet dit nummer vrij weinig.
Anders is dat met de volgende track ‘Move On‘. Een sympathiek nummertje, wederom over reizen (‘I’m just a traveling man’), waarin Bowie straight-forward verklaart overal ter wereld te zijn geweest, maar dat zijn voorkeur uitgaat naar het Griekse eiland Cyprus: ‘Cyprus is my island when the going’s rough, I would love to find you, Somewhere in a place like that’.
‘Yassasin’ verplaatst het toneel naar Turkijke. ‘Turkish for Long Live’ prijkt achter de albumtrack op de CD-hoes. Bowie goes wereldmuziek. Inclusief Arabische melodie- en vioolpartijen en een Jamaicaanse reggaebeat. De tekst is wederom ongelaagd en verhaalt simpelweg over het goede leven en fijne mensen op het platteland.
Dan zetten we zeil naar ‘Red Sails’, nummer 5 op Lodger. Op alle fronten een nietszeggend nummer. Geeft Bowie ook toe: “I honestly don’t know what it’s about”. Het geluid is slecht, de tekst is volledig triviaal en de muziek is niet spannend, op het einde na, waar de sologitaar lekker los gaat in het typisch knetterende geluid dat de drie Berlijn-platen ze herkenbaar maakt.
Deel 2
Niet een heel bijzondere Kant A dus. Gelukkig wordt dat ruimschoots goedgemaakt met een ijzersterk tweede deel, waarop Bowie is uitgereisd en zich weer lijkt te concentreren op sterke songs. Vanaf nummer 6 op de CD begint het feest met ‘DJ’, misschien wel het beste nummer van Lodger. Prachtige violen, een lekkere riff en sterke lyrics over de DJ, een opkomend fenomeen eind jaren ’70. ‘I am a DJ, I am what I play’ zingt Bowie, gevolgd door ‘I’ve got believers believing me’ en twee grote smokken. Tarkan, eat your heart out! ‘DJ’ werd gereleased als single, maar zat te ingewikkeld in elkaar om aan te slaan bij het grote publiek. De bijbehorende videoclip van David Mallet is prachtig.
De videoclip van DJ
Het volgende nummer, ‘Look Back In Anger’, kreeg ook een videoclip, waarin Bowie de schilder te zien is. Op zijn doek is de “Angel of Death” te zien, waar het nummer ook over handelt. De clip is geïnspireerd op Oscar Wilde’s ThePicture of Dorian Gray, terwijl de titel refereert naar John Osborne’s toneelstuk Look Back in Anger. Maar de ware Bowie fan leest meer in de titel.
De videoclip van Look Back In Anger
Next up is de laatste single van Lodger, ‘Boys Keep Swinging’. Het werd een grote hit, al haalde het slechts nummer 7 in de Britse hitlijst. Zoals gezegd heeft ‘Boys Keep Swinging’ exact hetzelfde akkoordenschema als ‘Fantastic Voyage’ en liet Bowie, bij wijze van experiment, de bandleden van instrument wisselen, wat een rauwe garagerock-achtige sound opleverde. Het nummer, met teksten als ‘When you’re a boy, you can wear a uniform. When you’re a boy, other boys check you out’ en ‘Boys always work it out’, doet denken aan ‘In The Navy’ van The Village People en schurkt tegen het homo-erotische aan. En dan heb ik het nog niet eens over de videoclip, waarin Bowie tot drie maal toe in volledige drag verschijnt. Een unieke vertolking van dit nummer geeft Bowie, wederom in mantelpakje, tijdens ‘Saturday Night Live’ later dat jaar.
De videoclip van Boys Keep Swinging
Het een-na-laatste nummer op Lodger is een sterk nummer, dat het onderwerp ‘wife-beating’ behandeld. In ‘Repetition’ vertelt Bowie met een monotone stem het verhaal van Johnny, een grote gast, die nogal gefrustreerd is, want ‘he could have had a Cadillac If the school had taught him right’. En erger nog: ‘He could have married Anne with the blue silk blouse’. In plaats daarvan zit hij opgescheept met een vrouw die niet eens kan koken. Johhny zegt: ‘What’s the good of me working when you can’t damn cook?’. En dus slaat hij haar. Op de maat van de muziek, die repetitief voortdreunt. Een prachtzin is: ‘I guess the bruises won’t show if she wears long sleeves. But the space in her eyes shows through’. Eén van de meest ondergewaardeerde nummers van Bowie.
Lodger sluit af met ‘Red Money‘, waarvan de melodie een kopie is van Iggy Pop’s ‘Sister Midnight’, van diens album ‘The Idiot’ (geproduceerd door Bowie). De lyrics gaan over verantwoordelijkheid. Geinig detail is dat een van de laatste woorden in de tekst zijn: ‘Project cancelled’, wat kan duiden op het einde van de samenwerking tussen Eno en Bowie.
Bowie in Saturday Night Live in 1979
En zo is Lodger alweer voorbij, zo snel als het begon. In 35 minuten heeft Bowie je over wereld laten reizen en de laatste stuiptrekkingen van een zeer vruchtbare samenwerking tussen twee intellectuele muzikanten laten horen. Het zou 16 jaar duren voor Eno en Bowie weer samen een album zouden opnemen. In 1995 verscheen 1. Outside, naar verluid ook weer het eerste deel van een reeks (meerdere bronnen maken melding van vijf delen). Maar na Lodger was de koek op. Drie albums op een rij die bekend werden als de Berlin-trilogy, waarvan de chronologische volgorde mijns inziens overeenkomt met de kwaliteit.
Na Lodger Lodger, gesteund door een drietal singles en videoclips, Bowie’s grote naam en de goed ontvangen albums Low en “Heroes”, werd niet geheel positief ontvangen door de critici en fans. Het algemene gevoel was dat het een beetje een verzamelbak was van ‘leftovers’ van Bowie en Eno. Het feit dat deze 10 tracks geselecteerd waren uit 22 nummers hielp ook niet echt. Rolling Stone Magazine noemde het een voetnoot van “Heroes”. Toch haalde Lodger nummer 4 in de Britse en nummer 20 in de Amerikaanse albumlijsten en promootte Bowie het album volop.
Bowie zou nog één meesterlijk album maken, Scary Monsters, om daarna af te zakken in de afschuwelijke jaren ’80 en een decennium lang gedrochten als Let’s Dance, Tonight en Never Let Me Down te produceren. Maar meer over Bowie in de jaren ’80 op mijn eigen MennoBlog.
Hiermee eindigt mijn driedelige analyse van Bowie’s klassieke Berlin-trilogy op Eeuwig Weekend. Wie weet pak ik later nog eens uit met andere parels uit het rijke oeuvre van de man (denk aan Hunky Dory, Aladdin Sane, Station to Station of Heathen), maar voor nu raad ik je aan de albums Low, “Heroes” en Lodger te (her)beluisteren. Zoals je kon lezen zijn ze meer dan de moeite waard.
Backstage nog wel, want ik was er namelijk voor zakelijk. Heb gewoon gewerkt, maar uiteraard ook een paar concertjes gezien, zoals Danko Jones, Blood Red Shoes, Thrice, The Kooks en The Pigeon Detectives. Hoogtepunten? Ik trok The National goed. Ook Elbow schopte kont. Zelfs De Jeugd Van Tegenwoordig was zeer vermakelijk. Helaas heb ik het optreden van dEUS gemist en ook The Sex Pistols, die ik voor de gein wilde zien, liep ik mis. Nou ja.
Voordeel van mijn werk (ik was een van de crewleden bij 3voor12) was dat ik alle concerten voorbij zag komen, live of anders iets later (overigens mocht niet alles uitgezonden worden ivm rechten of het afkeuren door de artiest zelf). En daar zaten zeer memorabele concerten tussen, zij het wonderschoon of ja, laten we zeggen apart. Neem het concert van Sigur Ros, dat er prachtig uitzag, maar ik totaal niet trok (die monotome hoge stem!). Of de deprimerende saaie muziek van Iron & Wine. Poe. Ook had ik weinig met Jamie Lidell. Hoe origineel en gedurfd de muziek ook is. Wel heb ik erg genoten van een aantal studio sessies die 3voor12 ter plekke opnam en uitzond. Zo was de sessie met De Jeugd van Tegenwoordig erg grappig, raakte de mannen van Claw Boys Claw me wel en luisterde ik ademloos naar de mooie stem van Miles Kane van The Rascals (ja, de andere helft van The Last Shadow Puppets).
Miles, Joe en Greg van The Rascals – Foto: 3voor12
Eigenlijk zijn er alleen maar voordelen aan het backstage vertoeven. Want ook al kun je niet alle concerten zien, je hebt genoeg tijd om arrogant je backstage-polsbandje omhoog te houden en langs de security-mensen te lopen, het terrein op. En als je geen zin meer hebt ga je weer terug en plof je neer op een zitzak (ik wil écht wel een Fatboy) met een blikje Grolsch in je hand. En dan maar liggen. Beetje kijken naar The Pigeon Detectives die voorbij lopen. Of Tom Barman die komt buurten. Of Ane Brun die een interview geeft. Of een kleurrijk uitziend groepje Japanners die luisteren naar de naam Asakusa Jinta, die erg leuke muziek maken (hier de hele sessie). En slapen in een tent? No way. Een echt bed op een botel. Niet rock-’n-roll, maar ik heb een Grote Hekel aan kamperen. En zie je die massagestoel hierboven? Zat ik ook in.
Bijzonder was het wel toen tijdens het werk ineens Danko Jones achter me stond. Ik had de macho-rocker een uur geleden nog live gezien, waar hij op zijn Danko Jones duidelijk maakte dat hij het liefst 25 uur per dag oraal bevredigd wil worden en een snoeiharde en prima rockshow neerzette. Het arrogante en stoere imago van deze Amerikaan verdween als sneeuw voor de zon toen ik op 1 meter van hem zat. Danko is klein, iel, bijna lief. Onderstaand lichtbeeld kon ik even later nog van hem schieten.
Danko, links dus
Ook Vieze Fur van De Jeugd schoof nog even aan in de studio
Ja, het was een mooi weekend en hele bijzondere ervaring. Ook los van het backstage gebeuren. Lowlands rockt de fokking pan uit. Het is een prachtfestival met een geweldige sfeer, mooie aankleding, goeie bands, zeer relaxed publiek en genoeg leuke dingen te doen en te zien. Neem bijvoorbeeld Achterwerk in de Kast, Lowlands stijl. Jeweetwel, die van het bekende jeugdprogramma van de VPRO. Hier kon iedereen in 30 seconden, ladderzat of broodnuchter, zijn of haar zegje doen of kunstje uitvoeren. En daar werd fanatiek gebruik van gemaakt. Binnen een paar minuten stond je op internet (op de Lowlands Mashup, die nog immer aangevuld wordt) en hier vind je een prachtig overzicht van alle filmpjes. Pas op, je bent zo een half uur aan het kijken! Hier een voorbeeld van iemand met een wereldverbeterende uitspraak:
Ik ben dit blog schandelijk aan het verwaarlozen. Laat ik het op de vakantietijd gooien. Komkommers enzo. Je kent het. Het kan ook liggen aan het feit dat al mijn tijd momenteel gaat zitten in mijn nieuwe baan, mijn nieuwe site en mijn zeer gewaardeerde vrije tijd. Het tekenpotlood heb ik dan ook al sinds een paar maanden niet meer opgetild. Om de categorie portfolio toch nog wat meer vulling te geven, hieronder wat oud-recentelijk werk.
De eerste pagina van ‘Insomnia’, een strip die in ‘OostWest’ wordt gepubliceerd. “manga”-stripalbum dat eind september verschijnt bij Uitgeverij Bee Dee. Zie ook mijn eerdere posts hierover hier en hier:
En een drietal (van de 25) tekeningetjes die ik maakte voor een educatieve uitgeverij. Komt een deze dagen in een boekje over jongeren en sport. Ik heb gepoogd een soort van mangastijl aan te nemen.
En kijk vooral ook even naar deze nieuwe site: Kaart zonder Baard. Een ‘e-card site met een beetje karakter’. Acht tekenaars (waaronder ondergetekende) leveren de kaarten die jij dan weer kunt verzenden. Ik geloof dat ‘ie nog under construction is, maar hij is er bijna. Ik zou ‘m gewoon al bookmarken als ik jou was!
Oh, en op Eeuwig Weekend schreef ik onlangs een analyse van David Bowie’s album “Heroes”. Hiero.
Zo. Nu weer van die gewaardeerde vrije tijd genieten.
‘We can be heroes. Just for one day’. Deze zin, afkomstig van David Bowie’s single “Heroes” , ken je ongetwijfeld. Maar ken je het album ook? Of is dit weer, net als z’n voorganger Low, zo’n moeilijke Bowie-plaat die je wel in huis hebt, maar amper beluistert? Niet doen! Okee, “Heroes” is wederom niet vrolijkmakend, maar wat is het een intrigerend tijdsdocument en wat staan er weer een aantal exorbitant mooie nummers op. Deel 2 van 3 in de Berlin-trilogy reeks van Bowie: “Heroes”.
Waarom “Heroes” de moeite van het luisteren waard is? Het is Bowie op een Koto in een Japanse mostuin. Het is Bowie tetterend op een saxofoon alsof zijn leven er van af hangt. Het is Bowie die weer zin krijgt in muziek maken. Het was en is ontzettend invloedrijke plaat en bevat het nummer ‘”Heroes”‘, dat net als Queen’s ‘We are the Champions’ een iconisch lijflied is geworden. “Heroes” is een kolos onder de popalbums.
Low deel 2
Omdat de releasedatum van Low vertraagd was, volgde “Heroes” al snel. Beide platen kwamen uit in 1977. Het album kan gezien worden als Low deel 2: het werd grotendeels met dezelfde groep muzikanten opgenomen, wederom geproduceerd door Tony Visconti en uiteraard weer onder auspiciën van verstrooide popprofessor Brian Eno. Gitarist Robert Fripp speelde in razend tempo (1 dag!) een aantal gitaarpartijen in die zo ontzettend bepalend zijn voor de sound van het album. De locatie, de Hansa Studios in Berlijn lag op steenworpafstand van de Muur en een wachttoren met bewapende soldaten. Iets wat zeker invloed had op de stemming en sfeer van het album. De meeste nummers werden in één take opgenomen en in totaal stond het hele album binnen één maand op tape. Zo gaat dat vaak met meesterwerken.
Bowie met snor, Visconti en assistent Edu Meyer in de Hansa Studios. Foto: Barbara Meyer
Helden De cover-art, gefotografeerd door de Japanner Masayoshi Sukita, laat een verontrustend kijkende Bowie zien in een artistieke pose, gebaseerd op de schilderijen Ein Junger en Roquairol van de Duitse expressionistische schilder Erich Heckel (1883-1970). Niet geheel ontoevallig is de coverfoto van Iggy Pop’s The Idiot (1977, geproduceerd door Bowie) op dezelfde schilderijen gebaseerd.
Heckel’s Ein Junger en Roquairol
Het album “Heroes” (met ironisch bedoelde aanhalingstekens) kwam in oktober uit, nadat Bowie de opnames van Iggy Pop’s Lust for Life en diens tournee (waarbij Bowie als pianist in de band zat) had afgerond. “Heroes” werd gelanceerd met de slogan ‘There’s Old Wave, there’s New Wave and there’s David Bowie’, was een tikkie optimistischer dan Low en had ondanks de deprimerende opname-omgeving en thematiek een opbeurender karakter. Ook is Bowie meer te horen dan op de voorganger en bevat de plaat zelfs een lyricssheet als bijlage, iets wat de man, onzeker over zijn eigen schrijven, sinds Aladdin Sane (1973) niet meer aandurfde. En ook al was Bowie van zijn coke verslaving aan het afkicken, de drank werd des te gretiger naar binnen gegoten (‘And I, I’ll drink all the time’).
Nummer voor nummer
Net als Low bestaat ook “Heroes” uit twee delen. Op kant A (nummers 1 t/m 5) is Bowie op zang te horen en zijn de nummers een stuk toegankelijker, soms zelfs poppie. Kant B (nummers 6 t/m 10) daarentegen is instrumentaal en zware kost, op het nummer ‘The Secret Life of Arabia’ na, dat zelfs in zijn geheel misstaat op “Heroes”.
Kant A
“Heroes” vangt aan met ‘Beauty and the Beast‘. Ja, die van het sprookje. Het rauwe nummer introduceert een Bowie die weer een andere stem lijkt te hebben dan op alle voorgaande albums. Laag met zo nu en dan een flinke uithaal: ‘You can’t say no to the Beauty and the Beast!’. Deze opener is vrij donker en zet de toon voor de rest van het album. De repetitieve melodielijn werkt bijna hypnotiserend en de teksten zijn biografisch: ‘I wanted to believe me, I wanted to be good’. Over de goede (beauty) en slechte (beast) kant in zichzelf. De toon is gezet.
‘Joe the Lion‘ is het volgende nummer. Hier zingt Bowie over Chris Burden. Een Amerikaanse performance artiest, die het begrip ‘kunst’ nogal ver liet gaan. Zo liet hij zich boven een zwembad hangen met twee elektroden in zijn hand, liet hij zich in een zak op een snelweg leggen en zelfs aan een Volkswagen nagelen (‘Nail me to your car and I’ll tell you who you are”). De lyrics zinspelen naar een droomtoestand, waarmee Bowie lijkt te zeggen dat Berlijn van de jaren ’70 een droomwereld is geworden waar types als Joe the Lion goed gedijen. Bowie klinkt kwetsbaar en laat tegelijkertijd een van zijn meest aanstekelijke zangpartijen horen.
En dan komt hét nummer. De titelsong en een monsterhit van jewelste voor Bowie: “Heroes”. Ook weer met een knipoog naar de droomwereld (‘You can be like your dreams tonight!’) en onsterfelijk gemaakt door het briljante kippenvel oproepende gitaarspel van Robbert Fripp. Het nummer zou geïnspireerd zijn door twee jonge geliefden die afspraken bij de Muur, gade geslagen door Bowie. ‘I can remember/Standing, by the wall/And the guns, shot above our heads/And we kissed, as though nothing could fall’. Sommige bronnen vermelden dat een van de geliefden producent Visconti was die daar stond te zoenen, maar dat dit incident op zijn verzoek werd stilgehouden omdat hij destijds getrouwd was. Hoe het ook zij, “Heroes” blijft een dijk van een nummer met een breekbare en gepassioneerde Bowie die zijn zangpartij in drie verschillende microfoons inzong. De eerste stond vlak voor hem, de tweede op 10 meter en de derde op 20 meter afstand. In het begin als Bowie rustig zingt doet de eerste microfoon zijn werk en als hij zijn stem verheft springt de tweede open. Gaat hij helemaal los, dan springt de derde microfoon open en moet Bowie zijn longen uit zijn lijf schreeuwen. Je hoort dan ook een behoorlijke galm op dit moment. Overigens is de tekst ‘I wish I could swim’ oprecht. Bowie kon op dat moment echt niet zwemmen.
Vervolgens krijgen we de ballad ‘Sons of the Silent Age‘ voor onze kiezen. Andere koek. In dit nummer verhaalt een ijzersterk zingende Bowie in een behoorlijk donker en somber klinkende compositie, begeleid door een dreigende sax over een andere tijd. Een tijd waar mensen als ongeschoolde zombies leven (‘blank looks and no books’) en hun tijd uitzitten (‘They don’t walk, they just glide in and out of life/They never die, they just go to sleep one day’). Een prachtnummer.
Het laatste nummer van Kant A is interessant. ‘Blackout‘ gaat over Bowie’s drugverslaving en de gevolgen daarvan (waaronder een black out in 1976) en de gebeurtenissen in zijn privéleven: ‘Get me to a doctor’s I’ve been told/Someone’s back in town the chips are down’. Waar die ‘someone’ zijn vervelende ex-vrouw Angie betreft. ‘Get me some protection!’, zingt hij later. ‘Blackout’ is chaotisch van opzet, met zijn breaks, snerpende synthesizers en achtergrondlawaai.
Kant B En dat was het moment waarop men vroeger de plaat omdraaide, om aan de donkere kant B te beginnen. Tegenwoordig beuken we gelijk door naar ‘V-2 Schneider‘, een instrumentale track, die nog niet eens zo somber is. Een typisch Bowie-beïnvloed-door-Eno, dat op zijn beurt weer flink refereert aan Kraftwerk. Florian Schneider was de toetsenist en zanger van deze Duitse electroband, waarvan de invloeden reeds eerder op Low waren te horen. Uiteraard slaat de V2 in de titel op de V2 raketbom die Hitler afvuurde op de geallieerden in de laatste dagen van WOII. Bowie vangt in ‘V-2 Schneider’ te laat aan met de saxofoonpartij. Een foutje dat hij erin heeft gelaten.
Het volgende nummer, ‘Sense of Doubt‘ is Bowie’s ‘darkest hour’. Nog zwaarder dan de zwaarste nummers op Low. Als je begint aan dit nummer moet je niet te depressief zijn, want je schiet er in door. Dit is Berlijn op z’n treurigst. Vier lage tonen op de piano vormen de basis voor deze claustrofobische trip. Het enige lichtpuntje is de ruis van de zee op de achtergrond. Daar wil je heen! Weg uit deze hel.
In 1977 is er een uniek videoclipje geschoten van Bowie aan het werk aan ‘Sense of Doubt’ in de Hansa Studios (let vooral niet op de Italiaan die erdoorheen tettert):
Gelukkig gaat het nummer na een kleine vier minuten naadloos over in een ietwat luchtiger stukje muziek. ‘Moss Garden‘ neemt ons mee naar het land van de rijzende zon. Nu geen Bowie op een naargeestige sax, maar op een sfeervolle koto. Tijd lijkt stil te staan in dit nummer en als je je ogen sluit waan je je in een bloem- en mosrijke Japanse tuin. Jammer van die blaffende hond op de achtergrond.
Maar het is weer snel gedaan met de rust als Bowie de saxofoon weer ter hand neemt in ‘Neuköln’. Deze verontrustende track, vernoemd naar de zuidoostelijke buurt van Berlijn, voornamelijk bewoond door (Turkse) immigranten, stemt niet vrolijk. De saxofoon wordt bijna vals bespeeld en klinkt tegen het einde, als de begeleiding wegvalt, als een stoomhoorn van een in nood verkerend schip in de mist.
En hiermee is het alweer gedaan met het instrumentale gedeelte. Rest nog één nummer op “Heroes”, de outsider ‘The Secret Life of Arabia‘. Van Duitsland, via Japan, naar het midden-oosten. Een lichtvoetig, poppie nummer dat er eigenlijk niet toe doet. Beetje nietszeggend. En toch wordt het door velen als het beste nummer van de plaat bestempeld. Bowie bezingt het leven (weer) als een film: ‘You must see the movie the sand in my eyes/I walk through a desert song when the heroine dies’. Wel een erg lekker basloopje, dat vaag doet denken aan ‘Hit me with your Rhytm Stick‘ van Ian Dury.
In tegenstelling tot Low, laat Bowie je met ‘The Secret Life of Arabia’ niet beduusd achter, maar opgebeurd. Alsof het beter lijkt te gaan met hem, nu hij twee platen in Berlijn heeft opgenomen en is bekomen van de drukte, het succes en de wilde jaren. Feit is dat Bowie deze plaat wél ging promoten, door op te treden in de tv-show ‘Marc’ van vriend Marc Bolan en zelfs een kerstduet opnam met Bing Crosby.
Mooie plaat, met ‘”Heroes”‘ als absolute hit. Inmiddels heeft dit nummer bijna patriottische waarde gekregen, toen Bowie het op 20 oktober 2001 live ten gehore bracht op het 9/11 memorial concert en steun bood aan een verslagen natie:
“Heroes” van Bowie. Wat een held. Wéér een meesterwerkje afgeleverd. De trilogie werd twee jaar later afgerond met Lodger, welke in tegenstelling tot de eerste twee albums, geen instrumentale tracks bevat. Het is wel het album met de meeste hits: ‘DJ’, ‘Look Back in Anger’ en ‘Boys Keep Swinging’. Veel nummers van Low en “Heroes” werden opgenomen in de setlist van de tournee in 1978 en kwamen in september van dat jaar uit op de kwalitatief zeer goeie live-plaat Stage.
Maarten: Moet ineens denken, je lobby heeft mogelijk de doorslag gegeven om bowie. Bij DWDD te brengen vorige week! moet wel ergens een lijntje zijn..
JustJade: Wow Mooi! Ik teken ook, Maar ik kan het niet zo goed. Welke paint downloaden jullie? Xx-
PeterS: Gefeliciteerd, ouwe! Mijn inbreng is de Bowie-at-the-Beeb-versie van Suffragette City. Trouwens, die hele dubbel-CD is geweldig.
Menno: Mooie keuzes, Martin, ArtMacBoyd en Stan! Ben zelf ook groot fan van zijn 50 jarige concert met al die gasten en natuurlijk het BBC Radio Theatre...
Stan: ha Menno, mooi stukkie en hier mijn duit in t zakje; uit het live concert in het BBC radio theatre in 2000: Stay, het hele BBC optreden is fantastisch...
ArtMacBoyd: Sound and Vision: Een lang en swingend intro, zo schoon gemixed en na al die jaren klinkt het nog immer spannend en sensationeel. De plaat heeft...
Martin Kloos: Mijn favoriete versie van Quicksand (als duet met Robert Smith) staat helaas niet op spotify dus heb ik daar maar de ‘gewone’...
zmooc: “wist ook wel dat ze het vooral van haar hoofd en lijf moest hebben dus na de slappe dansmuzak volgde al” ??? Zo zou ik het toch niet...
Karen: Heb de cd van Sarah dubbel; staat op Marktplaats.
Menno: Haha, rij een keer met me mee. Gaan we samen nerdy’en met Film Sack!