Rood Gras: Lieve humor op z’n bizarst
maandag 20 oktober 2008 om 00:54 uurZaterdag werkte hij nog hard aan zijn bijdrage op de 24 Hour Comic Day in stripwinkel Lambiek, terwijl hij gisteren zijn debuutalbum presenteerde in het Utrechtse theater De Kikker. Striptekenaar Rob van Barneveld heeft zijn bescheiden droom uit zien komen: een eigen stripalbum met daarin een selectie strookjes van zijn stripreeks Rood Gras. De bundel draagt de geinige ondertitel Ik ben een bos en er lopen bomen door mij heen.
Van Barneveld heeft zich met zijn 23 jaren nu al een zeer eigen stijl aangemeten. Niet alleen de tekeningen zijn direct te herkennen als de zijne, ook de bizarre humor en vertelwijze zijn helemaal des Rob van Barnevelds. Niet voor niets dat collega-tekenaar Brecht Evens op de achterkant de term ‘Rob van Barneveld-grapje’ introduceert. Een strookstrip die qua vertelwijze en humor ook maar een beetje nijgt naar een Rood Gras stripje, wordt sinds een jaar of twee geconfronteerd met een vergelijking met een Rob van Barneveld-grapje. En da’s knap. Op diezelfde achterflap prijst Hanco Kolk Van Barneveld dan ook als een nieuw Nederlands talent. “Eindelijk dan toch,” voegt hij er aan toe.
Wat is er dan zo uniek aan deze strip? Rood Gras wordt altijd in drie plaatjes verteld. In een simplistische stijl tekent Van Barneveld vaak een mannetje (zichzelf) die iets doodgewoons meemaakt begeleidt door een ‘voice-over’ in een tekstvak bovenin het kader. Het is echter dat doodgewone dat altijd bijzonder wordt door de grote fantasie van de auteur. Zo kunnen bomen praten, koffievlekken lachen, vliegers grommen, kalkoenen suiker lenen en televisies met armen ervoor zorgen dat je niet weggaat. In het stripuniversum van Rood Gras kan alles en het is ondenkbaar dat je niet op z’n minst moet glimlachen na het lezen van een strookje.
Want Rood Gras is leuk. Gegarandeerd dat je vrolijk wordt van het lezen in dit album, dat een hoog ‘cute’-gehalte heeft. Verwacht zeker geen harde en cynische grappen à la Gummbah of Nozzman. Rood Gras is schattig en lief. Bijna braafjes, maar dat is ook wel eens lekker.
Rob van Barneveld is al jaren actief als striptekenaar. Inmiddels publiceerde hij in het Utrechtse beeldblad De Inktpot en het stripmagazine Zone 5300. Zijn strips zijn ook te lezen op zijn website, waar ook eerdere experimenten in het archief zijn terug te vinden. En nu dus een boek. En hoewel het achter elkaar lezen van de 57 pagina’s met 114 strookjes wellicht te veel van het goede is, kan dit eerste deel van Rood Gras als geslaagd worden beschouwd. Een zeer sympathieke uitgave (die van begin tot eind handgeletterd- en getekend is) en verplichte kost voor de fan van de Nederlandse strip en voor een ieder die wil weten wat Nederland in post-Eppo tijd te bieden heeft aan striptekenaars.
Rob van Barneveld – Rood Gras 1: Ik ben een bos en er lopen bomen door mij heen ligt vanaf 23 oktober in de stripwinkel.
Uitgeverij Bries, ISBN 9789076708799
www.roodgras.nl
Video-interview
Tijdens de 24 Hour Comics Day in Lambiek sprak Michael Minneboo met Van Barneveld over Rood Gras:
Hollandse strip in het slop?
donderdag 2 oktober 2008 om 01:15 uurVooraanstaande striptekenaars Jean-Marc van Tol (Fokke en Sukke) en Hanco Kolk (Gilles de Geus, Meccano) luiden de noodkolk eh klok. Wat is er aan de hand? Zij grepen het winnen van de Stripschapprijs door Erik Kriek – een terechte winnaar maar ironisch genoeg iemand die niet kan leven van strips maar enkel illustraties – aan om een essay te plaatsen in het NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag over de erbarmelijke positie van de Nederlandse strip anno nu. “Striptekenen is een liefhebberij geworden”. Eeuwig Weekend grijpt op zijn beurt deze cry for help aan om eens kritisch te kijken naar het stripaanbod in Nederland dezer dagen. Want is het eigenlijk wel zo zorgwekkend?
Kriek
Afgelopen weekend, tijdens de jaarlijkse Stripdagen in Houten, mocht Erik Kriek de prijs in ontvangst nemen. Hij kreeg deze prijs voor zijn gehele oeuvre, maar met name voor zijn langlopende stripserie Gutsman. Lezers van de VPRO Gids en De Volkskrant zullen zijn werk ongetwijfeld kennen. Tevens was Kriek verantwoordelijk voor het letterbeeld op de cover van de stripbundel Bloeddorst die ondergetekende vorig jaar uitbracht. Erg leuk dus allemaal voor hem. Maar tijdens al dit feestgedruis was daar ook het paniekartikel van Kolk en Van Tol in de NRC.
De noodklok dus. En niet geheel onterecht. Want Nederland komt er karig van af als je het vergelijkt met gepassioneerde stripnaties als Frankrijk, België, Japan en Amerika. Want ons kikkerlandje moet het doen zonder groot stripmagazine, zonder redelijke geldprijzen, subsidies en enige aandacht voor de strip op de kunstacademies. En dan zwijg ik nog over het feit dat de gemiddelde boekwinkel enkel Suske en Wiske, Asterix en Lucky Luke aanbieden (die notabene niet eens uit Nederland komen, maar dat klinkt wel errug Verdonk/Wilders).
Hollandsch striptalent
Hoe is dat zo gekomen? Waar zijn alle stripbladen gebleven? Heeft Nederland dan zo weinig striptekentalent? Het antwoord op de eerste twee vragen blijf ik je even schuldig. De komst van internet is ongetwijfeld één van de hoofdoorzakers. Maar daarover in een later artikel vast en zeker meer. De laatste vraag kan ik echter volmondig met ‘nee’ beantwoorden. Want we bulken van het talent. Holland is te klein voor zoveel prachttekenaars en stripartiesten. Dat is absoluut het probleem niet. Het probleem is wel dat geen hond het aandurft om deze beste mensen een plek te geven om hun ding te etaleren. Nederland heeft, zoals gezegd, geen groot stripblad. Strips liggen niet in de reguliere boekhandel. En de kranten en tijdschriften bieden -als je geluk hebt- plaats aan een miezerig strookje en dan ook nog het liefst van een bekende (lees: veilige) tekenaar. Er valt in ons land geen reet te verdienen met het maken van strips. Dikke vette punt.
Dirk-Jan van Mark Retera. Briljant, maar veilig
De Stamgasten van Toon van Driel. Al sinds het jaar 0 in de krant
Inkt
Wat dat betreft is de noodoproep van Kolk en Van Tol meer dan terecht. Aan de andere kant is er, als je goed kijkt, natuurlijk wel genoeg te beleven op stripgebied. Het is wel op micro-level. Met een tomtompoes vind je het wel. Zo kreeg ik op de Stripdagen het stripblad Inkt in mijn handen gedrukt. Een nieuw blad dat zes keer per jaar verschijnt en een podium biedt aan beginnende en onbekende striptekenaars en illustratoren. Een nobel initiatief dat ik altijd maar weer toejuich. Vaak houden dit soort bladen het namelijk niet lang vol. Inkt begint vol goede moed en brengt een 50 pagina’s tellend blad in full-color. En dat voor een miezerige 5,95 euro. Dat is dapper. Maar helaas red je het daar niet mee. Er is meer voor nodig en dan vooral goeie verhalen. En die ontbreken in Inkt. En hoewel er veelbelovende tekenaars tussen zitten (nou ja, eigenlijk alleen Nikola Boskovic, naast de sfeervolle schilderijen van Chris Berens), is het blad onsamenhangend en bulkt het van de taalfouten. Ik hoop echt dat er in het volgende nummer, dat begin november verschijnt, meer aandacht besteed wordt aan de inhoud en lay-out. Dan zou het wel eens wat kunnen worden met Inkt.
Hoe anders is dat met dat andere stripblad dat Nederland rijk is: Zone 5300. Nog altijd alive and kicking sinds 1994. Een prachtblad in al z’n vorm. En een ultieme graadmeter voor striptekend talent in Holland. Ook Erik Kriek vond in de Zone een podium voor Gutsman.
Eppo en Eisner en Wordt Vervolgd
En what about het wereldwijde podium dat we erbij hebben gekregen in de vorm van internet? Hoeveel briljante striptekenaars uit Nederland daar wel niet op te vinden zijn. Tel daarbij op dat we dit najaar nog een nieuw (literair) striptijdschrift kunnen verwelkomen, Eisner genaamd, notabene mede op poten gezet door Jean-Marc van Tol zelf en vanaf januari 2009 de terugkomst van stripblad Eppo mogen verwachten. En vergeet ook de return of Han Peekel met het strip- en tekenfilmprogramma Wordt Vervolgd niet!
Kijk, als je het zo bekijkt valt het wel weer mee met het in de slop zitten van de strip.
RIP: Trui
maandag 15 september 2008 om 00:24 uurVandaag kwam mij ter oren dat Trui als strip is overleden.
‘Wie is Trui?’, hoor ik je zeggen. Trui is een zeer dierbaar stripfiguurtje van mij, die ik samen met Arnoud de Jong en later Johan de Rooij als scenaristen jarenlang levend heb gehouden in meer dan 30 strookstripjes.
Op de officiële Trui site heb ik het trieste nieuws bekend gemaakt, en speciaal voor alle Trui fans (want die had ze, getuige de Trui fanclub op Hyves), hieronder de laatste Trui mopjes (klik voor groter formaat).
Snif.
Mijn geschiedenis in GSM’s
dinsdag 2 september 2008 om 23:30 uurIn den beginne was er een koelkast. Zo’n enorm ding dat vooral heel dik was en waarvan de antenne steeds scheef stond. Het moet 1997 geweest zijn. Mijn eerste mobieltje. Prepaid. Wekelijks opgewaardeerd met 10 euro via een telefoonkaart. Later kon het ook via de Rabofoon. Gekkenhuis.
Mijn tweede én derde GSM waren hetzelfde. Merk was onbekend, maar mijn provider, Libertel (later Vodafone, waar ik sindsdien altijd trouw aan ben gebleven) had er met hele grote letters LIBERTEL op gezet. Volgens mij heb ik er nog wel één liggen ergens. Libertel IZI. Sja, wat zal ik zeggen. Het belde.
Mijn vierde telefoon was heel erg klein. Een Sony Ericsson. Gewéldig ding. Begin van een hechte Menno-Sony Ericsson relatie. Wat een vooruitgang was dat. Kon bellen als de beste. Gadgetfreak en verrader als ik was werd dit fraaie mobieltje na een jaartje toch weer vervangen door een uitklaptelefoon van Motorola. Zo’n hippe smartphone met Windows Mobile erop. Wat een vreselijk ding was dat. Liep alleen maar vast. En in het buitenland kreeg ik van 1 sms’je wel 100 kopietjes. Blij dat ik na een jaar weer een nieuwe uit mocht zoeken van Vodafone.
Het werd de Sony Ericsson T610 (ja, we zijn bij het punt waar ik de modellen nog kan herinneren). Erg modern voor die tijd. Ik heb het over midden 2003. Iedereen op de televisie had er een. Dus was ‘ie cool. Zat zelfs een camera op. Klein, donker en korrelig, maar dat had ook wel wat kunstzinnigs.
Na twee jaar, want zo lang duurde mijn abonnement, koos ik voor een van de opvolgers van de T610, de Sony Ericsson k800i. Een top GSM. Batterij gaat wel 4 tot 5 dagen mee en de camerafunctie (3,2 MP) is subliem. Met een beetje pijn in mijn hart zie ik het einde van mijn abonnementsperiode alweer tegemoet. Tijd voor een nieuwe.
En dat, beste lezer, brengt me tot het plaatsen van onderstaand filmpje want ik denk dat ik de opvolger heb gevonden. Jawel. Het heeft lang geduurd want ik heb me goed ingelezen en gekeken. De iPhone kwam natuurlijk voorbij, maar ook de HTC Diamond Touch én Pro, de Samsung i900 Omnia en de Blackberry Bold. Maar ik denk dat ze voor mij niet kunnen tippen aan deze nieuwe Sony Ericsson Xperia X1 die -volgens de laatste berichten- in oktober op de markt komt.
Cool huh? Essentieel voor mij in elk geval zijn een goeie camera, prettig belgemak en ja, toch echt wel Google maps, want ik ben ongelooflijk slecht in het vinden van straten.
Ik denk dat ik het wel zeker weet. Xperia X1, kom maarrrrr. Tenzij jij me nog kunt omlullen?
Emotiemuziek in de race
vrijdag 27 juni 2008 om 01:33 uur
Na zijn immens succesvolle nummer 1-remix van Elvis Presley’s ‘A little less conversation’ mocht Neerlands trots in bange dagen Junkie XL laatst ook een nummer (’4 Minutes’) van Madonna bewerken. Prachtig nieuws natuurlijk voor deze sympathieke deejay uit Lichtenvoorde.
Voordat hij in een uitzending van De Wereld Draait Door Matthijs van Nieuwkerk uitgebreid kon laten horen en zien hoe deze mix klinkt, kregen ze het even over ander muzikaal werk van Junkie XL, namelijk dat van de “emotiemuziek” bij games. Ik ergerde me nogal aan Van Nieuwkerk die de spelcultuur wel heel erg ridiculiseerde en verre van serieus nam. Junkie XL maakt al jaren muziek voor games en heeft onlangs zijn werk voor het nieuwe spel van EA Games, ‘Need for Speed: ProStreet‘, afgerond. Geen kleintje in de wereld van racegames. Ook artiesten als Bloc Party, The Rapture, TV on the Radio en The Yeah Yeah Yeahs leverden muziek voor dit spel.
Van Nieuwkerk snapte er niets van en klungelde zijn omschrijving van het spel aaneen met zinnetjes als “een autootje dat een ander autootje inhaalt” en vragen als “is dat toegepaste kunst?” en “leg je hier eer in?”. Het liefst wilde Matthijs gewoon vragen: “Ben jij als internationaal succesvol artiest wel goed bij je hoofd om mee te werken aan zoiets onbenulligs als een videospelletje dat enkel door kinderen wordt gespeeld? Heb je niets beters te doen?”.
Wat Matthijs niet weet is dat de gamesindustrie inmiddels meer geld genereert dan de filmindustrie. Niet alleen in Holland, waar de omzet meer dan 1 miljard euro per jaar is, maar ook in de rest van de wereld. Junkie XL wees Matthijs er dan ook terecht op dat hij het grootste bereik via games heeft en niet via singles en cd’s. Van ProStreet werden afgelopen Kerst alleen al 6 miljoen exemplaren verkocht. Gemiddeld spelen vier personen dit spel, wat neerkomt op 24 miljoen mensen die jouw muziek beluisteren. Da’s niet niks. Wat de pet van Matthijs al helemaal te boven ging was Junkie’s uitleg over deze emotiemuziek bij de games. Het komt er op neer dat de muziek die hij maakt voor deze game interactief is, in de zin dat de speler met de besturing van de racewagen de mate van heftigheid van de muziek bepaalt. De emoties van de speler worden op deze manier getriggerd door de muziek. En het grappige is dat ze het zelf doen, want rijd je met je auto de berm in, dan hoor je andere muziek dan als je keurig op de weg blijft.
Een interessante ontwikkeling en in feite een nieuwe manier van muziek aan de man brengen. Een game als ‘Grand Theft Auto’ introduceerde al een soortgelijke interactiviteit door de speler tijdens het autorijden te laten kiezen uit een groot aantal verschillende radiostations. Zo kan de games- én de muziekindustrie je tijdens het scheuren door de bochten met nieuwe muziek kennis laten maken die je onbewust tot je neemt. Uiteraard wordt deze muziek maar al te graag geleverd door bekende bands en artiesten, want -zoals gezegd- het bereik is enorm en daarmee ook de zak met centjes.
Junkie XL over Need for Speed ProStreet en gamemuziek in het algemeen
Overigens was het in GTA ook mogelijk je eigen playlist samen te stellen uit je eigen MP3 verzameling. Over interactiviteit gesproken. Met de emotiemuziek van artiesten als Junkie XL is de interactie weer een stapje verder. Niet alleen bepaal je nu zelf de muziek, je kunt er zelfs een eigen remix van maken, al dan niet bewust!
Wat zal de volgende stap zijn? Zelf de muziek maken? Aan de slag dan maar met de Guitar Hero‘s en SingStar‘s! Moet Matthijs zich wel even goed inlezen.
Waar ga jij dit weekend heen? Juist!
vrijdag 6 juni 2008 om 16:56 uurNiks te doen dit weekend?
Mooi zo, want in Haarlem vindt het tweejaarlijkse stripfestijn weer plaats!
Twee dagen lang zal het centrum van Haarlem in het teken van strips staan. Mooi hè? Expo’s, nationale en internationale tekenhelden, feesten, terrasjes, bier en natuurlijk de Small Press beurs op de Grote Markt. En dat is exact waar je ondergetekende zult aantreffen!
Ik zal daar weer een kraampje bemannen met mijn goede vrienden van Studio Nieuw Gehoer. Stuk voor stuk komen we met nieuw stripgoed en allemaal zijn we goedgehumeurd. Ikzelf kom dit jaar met een unieke set ansichtkaarten, ingelijste prenten, buttons en nog wat verrassingen. Uiteraard is Bloeddorst ook weer te koop, welke ter plekke gesigneerd zal worden door alle Bloeddorst-auteurs (want ja, ze zijn er echt bijna allemaal).
Deze aflevering van TRUI zal speciaal voor Haarlem én het EK beschikbaar zijn,
voorzien van een dikke vette krabbel.
Man, waar wacht je nog op?
Ik wil niet veel zeggen, maar daar MOET je natuurlijk bij zijn! Dus, stap in die trein, op de fiets of in de auto en scheur naar het Haarlemse. Ik geef je hoogstpersoonlijk een gouden handdruk en signeer op alles wat je maar koopt. En ik ben niet duur.
Op naar Nick Lowe. #ouwelullenmuziek
- Maarten: voor de liefhebbers van deze zogenaamde slappe dance muzak: uit het stenders late vermaak interview van laatst is een radio optredentje gerold waar...
- Michael Minneboo: Leuk! Meer nostalgie, meer!
- Maarten: Moet ineens denken, je lobby heeft mogelijk de doorslag gegeven om bowie. Bij DWDD te brengen vorige week! moet wel ergens een lijntje zijn..
- JustJade: Wow Mooi! Ik teken ook, Maar ik kan het niet zo goed. Welke paint downloaden jullie? Xx-
- PeterS: Gefeliciteerd, ouwe! Mijn inbreng is de Bowie-at-the-Beeb-versie van Suffragette City. Trouwens, die hele dubbel-CD is geweldig.
- Menno: Mooie keuzes, Martin, ArtMacBoyd en Stan! Ben zelf ook groot fan van zijn 50 jarige concert met al die gasten en natuurlijk het BBC Radio Theatre...
- Stan: ha Menno, mooi stukkie en hier mijn duit in t zakje; uit het live concert in het BBC radio theatre in 2000: Stay, het hele BBC optreden is fantastisch...
- ArtMacBoyd: Sound and Vision: Een lang en swingend intro, zo schoon gemixed en na al die jaren klinkt het nog immer spannend en sensationeel. De plaat heeft...
- Martin Kloos: Mijn favoriete versie van Quicksand (als duet met Robert Smith) staat helaas niet op spotify dus heb ik daar maar de ‘gewone’...
- zmooc: “wist ook wel dat ze het vooral van haar hoofd en lijf moest hebben dus na de slappe dansmuzak volgde al” ??? Zo zou ik het toch niet...




















