Home

Displaying Category 'Recensie'

4 mei 2009
Posted by Menno, and filed under Film, Recensie

Al jaren heb ik, als mensen mij vragen wat ik de beste film ever vind, hetzelfde antwoord klaar: Donnie Darko. Deze film uit 2001 van Richard Kelly blies mij destijds compleet omver. Alles wat een film voor mij perfect maakt zit er in. Inmiddels zag ik ‘m zo’n tien maal en bezit ik naast de bioscoopversie ook de Director’s cut. En nog altijd kan ik er niet genoeg van krijgen.

Donnie Darko was het debuut van Kelly (en betekende de doorbraak voor Jake Gyllenhaal en een pracht come-back voor Patrick Swayze) en kwam mede tot stand met de hulp van Drew Barrymore, die wel potentie zag in de low-budget film en ‘m produceerde. Al snel genoot de film een enorme cult status en werd Kelly de hemel ingeprezen. Groot was dan ook de verontwaardiging toen het nieuws circuleerde dat er een vervolg in de maak was. Blasfemie! Hoe haalden de makers het in hun hoofd, gonsde het in de wandelgangen.

Welnu. De film is er: s.Darko.

V.l.n.r. De filmposters van Donnie Darko en tweemaal s.DarkoV.l.n.r. De filmposter van Donnie Darko en tweemaal s.Darko

Richard KellyEen ‘straight to dvd’, zoals dat heet. En Kelly distantieerde zich er op voorhand van: “I have absolutely nothing to do with this project!”, aldus de woedende regisseur, die zelfs gepoogd heeft de productie die volgens hem enkel gemaakt werd om geld te verdienen, tegen te gaan. Tevergeefs. s.Darko is er en Kelly verkondigd de boodschap luid en duidelijk: “I didn’t have any control, absolutely none, over this story and that it is just the product of mercantile guys. If I ever see it one night on television, I think I will make it explode”.

Pure evil
Duidelijke taal. En een rondje internet leert dat ook de fans niet blij zijn. “Lets milk the cow till its dry! If this comes out, I’ll buy myself a gun and shoot somebody in the anus” en “Pure evil, that’s all i can say about this” zijn slechts twee reacties van de die-hard fans. Ik op mijn beurt til er niet zo zwaar aan. Donnie Darko is Donnie Darko en zal dat altijd blijven. Al worden er duizend vervolgen gemaakt, ze doen maar. Dus gaf ik de sequel vandaag een kans. Tenslotte maakte de plot me ook nieuwsgierig: Samantha Darko is het zusje van Donnie en inmiddels 18 jaar (leuk detail: het zusje van toen speelt de rol nu ook weer). Sinds de dood van haar oudere broer is de familie in een neerwaartse spiraal beland en Samantha trekt er op uit met haar beste vriendin. Ze komen aan in een rustig stadje waar een meteoriet inslaat. Dan beginnen de visioenen en lijkt ze in staat in de toekomst te kijken.

sdarko-snapshots.Darko legt het allemaal alvast even uit

Maar goed. Dan de hamvraag: is het ook wat?

s.DarkoWelnu, s.Darko (waarom die s nu weer klein moet worden geschreven?) valt geenszins tegen. Het is sfeervol, prachtig gefilmd, blijft boeien tot het eind en speelt leuk in op zijn voorganger. Daveigh Chase die Samantha Darko speelt is uitgegroeid tot een mooie jongevrouw die een kwetsbare, sexy en overtuigende rol neerzet. Iets wat overigens niet gezegd kan worden van haar medespelers Briana Evigan en Ed Westwick die nogal ingestudeerd en houterig overkomen. De special effects zien er picobello uit en de soundtrack is lekker (vooral Whale met het goddelijke ‘Hobo Humpin Slobo Babe’). Echter, en dat is behoorlijk killing voor deze film, het is een exacte kopie van Donnie Darko. Het verhaal, de volgorde, de personages, de gebeurtenissen en de dialogen. En nu begrijp ik ook wel dat regisseur Chris Fisher en schrijver Nathan Atkins in de flow van het origineel wilden blijven, maar als je bij elke scène een deja-vu gevoel krijgt dan beginnen mijn wenkbrauwen te fronzen.

Eén op één kopie
Waar Donnie Darko op uiterst doeltreffende en relevante wijze gebruik maakte van slow-motion en kleine én grote details op de achtergrond of in de dialogen, lijkt s.Darko de plank volledig mis te slaan in de één op één kopie dat het is. Tevens is het origineel naast een intelligent tijdreis verhaal een gevoelig ‘coming of age’-drama en plaatst het geheel op een originele en scherpe manier in de jaren ’80. s.Darko speelt zeven jaar later en doet niets met deze elementen. Ja, er wordt gespeeld met tijd en ruimte, ja, het meisje is 18 en ja, het speelt in de jaren ’90 maar hier wordt niets spannends mee gedaan dat een bijdrage levert aan het verhaal.En dan zwijg ik nog over de talrijke verwijzingen in Donnie naar de literatuur en andere media.

sdarko-snapshot3
Een leuke verwijzing naar het origineel: in beeld springende mensen op een trampoline met Uncle Sam masker

Remake of sequel
Elders op het net werd zelfs al de vraag gesteld of s.Darko nu een remake of een sequel is. Geen vreemde vraag. Want ook Samantha slaapwandelt en wordt op vreemde plekken wakker. Ook in s.Darko is een rol weggelegd voor het angstaanjagende konijnenmasker (al is het een raadsel wat hier de functie van is), er valt weer iets uit de lucht, er wordt weer afgeteld tot het einde van de wereld en we hebben weer te maken met wormholes en doorzichtige slangen die uit het lichaam treden en je de weg wijzen.

s.Darko
En daar is het konijnenmasker

Welnu, s.Darko is geen remake en eigenlijk ook geen vervolg. Zie het als een spin-off. De enige link met het origineel is Daveigh Chase. En als je het zo bekijkt is het niet eens zo’n slechte film. Het is zeker ook geen goede film. Voor de liefhebbers van het origineel uit 2001 is het boeiend genoeg om deze film te bekijken, maar ik snap het als je kippenvel krijgt. s.Darko kwam, werd bekeken en is alweer vergeten. Laat ons liever verheugen op de nieuwe film van Richard Kelly, The Box, die volgens IMDB eind dit jaar in Nederland uitkomt.

s.Darko kwam eind april uit op dvd.

21 apr 2009
Posted by Menno, and filed under Film, Recensie

Het Imagine festival is een fantastisch festival (ha ha). Niet voor niets dat we hier op Eeuwig Weekend ruim baan maken voor deze filmdagen. Het biedt de kans om eindelijk eens kwalitatieve genrefilms op het grote scherm te bezichtigen in het gezelschap van enkel mede liefhebbers. Het is ook een genot om nu eens niet mainstream Hollywood horror voorgeschoteld te krijgen, want laten we eerlijk zijn: het laatste decennium is er geen écht verrassende horrorfilm uit de States gekomen. Neen. Hiervoor vestigen we onze hoop op Spanje, Japan, Zuid-Korea, Frankrijk en zelfs op de Scandinavische landen, die het de laatste jaren erg goed doen.

Imagine bannerDat gezegd hebbende moet me ook even van het hart dat het qua reservering en kaartverkoop elk jaar weer een puinhoop is. Vandaag voor de derde maal meegemaakt dat mijn perspas niet klaar lag, ondanks toezeggingen. Ook mijn online reserveringen waren niet doorgekomen, ondanks bevestigingen. Maar goed. Dit is snoeihard mierenneuken. Incidentjes die alweer vergeten zijn. Daarvoor draag ik dit sympathieke festival een te groot hart toe. Het is een evenement waar ik elk jaar weer naar toe leef.

Gisteren was mijn eerste dag bioscoophangen en ik zag op deze zonnige lentedag twee films. Geen horrors overigens. Ik zal de films per stuk van een persoonlijk verslagje voorzien. Wellicht heb je er iets aan als je weer eens als een zombie in de videotheek struint en niets kunt vinden. In de reguliere bioscoop zul je het merendeel van deze films niet aantreffen, spijtig genoeg. Daar draait de Hollywood meuk.

The Good, the Bad, the Weird
Deze Zuid-Koreaanse verrassing was de openingsfilm van het festival. De naam verraadt dat deze film leentjebuur heeft gedaan bij de grootmeester van de Western, Sergio Leone. The Good, the Bad, the Weird is dan ook een western (of moet ik zeggen eastern) van het meest stereotyperende soort en één grote hommage aan de spaghettiwesterns van Leone. Noem het een spaghettiwestern on speed, want hey, dit zijn Aziaten! En verdraaid, die weten wel van wanten met guns, cowboys, enorme zandvlaktes en kills. Laat staan inventieve camerashots, een moddertje vette soundtrack en denderende special effects. Deze film wil je zien, geloof me. Dit is een rollercoaster ride van 130 minuten die vanaf minuut 1 boeit.

The Good, the Bad, the Weird

Regisseur Ji-woon Kim maakte eerder het horrordrama A Tale of Two Sisters (2003), een trage griezelfilm die onlangs als The Uninvited (2009) werd geremaked door het ongeïnspireerde Hollywood . Het origineel van Kim deed mij niet zoveel, maar dat heeft hij met The Good, the Bad, the Weird ruimschoots goedgemaakt. Vooral “the Weird”, Kang-ho Song steelt de show. Hem kun je kennen van die andere Zuid-Koreaanse big budget rolprent The Host (2003). Ook al zo vet dat je er kroketten in kunt bakken. Gaat The Good, the Bad, the Weird zien, mensen. Je krijgt er geen spijt van!

Lesbian Vampire Killers
Dit was de verrassingsfilm, zoals Imagine dat noemt. De sneak preview, zoals je wilt. Een traditie die het festival hooghoudt. Af en toe pakt dit goed uit en kopen ze een crowdpleaser aan, zoals Bubba Ho-tep (2002) en Shaun of the Dead (2004), maar soms slaan ze de plank ook mis, zoals The Invincible (2007). Wat een rukfilm was dat. En dat terwijl het origineel goed was. Zweeds natuurlijk, ik zei het toch? Gister was het dus het Britse Lesbian Vampire Killers (2009) van Phil Claydon. Verhaal: oude (lesbische) vampierenvloek komt tot leven, juist op een plek waar veel mooie dames zijn en twee geile jongens. Uiteraard een knipoog naar de talrijke goede foute B-films uit de jaren ’70.

Lesbian Vampire Killers

Maar Claydon heeft er geen serieuze film van gemaakt. Lesbian Vampire Killers is een komedie. Tenminste, dat wil het zijn. In werkelijkheid is het oninteressante, puberale, slechte onzin. Waar Shaun of the Dead er wel in slaagde humor en horror te combineren, faalt Lesbian Vampire Killers faliekant. Slechte grappen maken over tieten en neuken en dit vervolgens niet laten zien is saai. Bij gebrek aan een goed scenario mochten de personages ter compensatie lekker veel ‘fuck’ zeggen, maar dat maakte het alleen nog maar pijnlijker. Zelfs de kills waren slaapverwekkend. Werkelijk niets is leuk aan deze film, behalve de titel. Hoewel die onrecht doet aan klassiekers als Vampiros Lesbos (1971). Bah!

Morgen meer!

Deze post maakt deel uit van de Imagine Special op Eeuwig Weekend

imagine25_fullbanner_468x60

11 dec 2008
Posted by Menno, and filed under Recensie, TeeVee, Theater

Met de meesterlijke The Young Ones weer terug op de buis (elke zondag, Nederland 3) wierp ik vanavond in een nostalgische bui Bottom LIVE in mijn DVD-speler. Eddie en Richie live on stage. God, wat heb ik weer gelachen. Bottom was niet zo revolutionair als The Young Ones, maar wat een heerlijk foute, ranzige, Britse serie was het. De drie seizoenen waren van 1991 tot 1995 op de buis te zien, maar van 1993 tot 2003 tourden de twee mannen door het Britse rijk met een vijftal theatershows. Net zo puberaal, net zo ranzig, net zo seksistisch en net zo briljant. Alleen dan nét een stukje scherper en grover zo zonder de restricties van de Britse televisie.


Bottom: Richie en Eddie

Bottom werd geschreven en uitgevoerd door twee van de vier briljante idioten die The Young Ones neerzetten. Rik Mayall als Richard Richard en Adrian Edmondson als Edward Hitler. De twee kansloze huisgenoten schelden en slaan elkaar helemaal verrot en blijven tegen beter weten in denken dat elke ‘bird’ voor ze valt. En hoewel  de serie al zo’n twintig jaar oud is, doet het nimmer gedateerd aan. Sterker: de grappenmakers van nu kunnen een puntje zuigen aan de humor, de dialogen, de slapstick en de zwaar overdreven beuksessies.  Hiero een compilatie van de beste Bottom fragmenten voor die stakker die de BBC-serie nog nimmer gezien heeft.

Bottom LIVE is bijkans nog leuker dan de serie. We zien hetzelfde als op teevee, maar dan live uitgevoerd en met flinke stukken improvisatie, waardoor je des te beter ziet wat voor een raskomedianten Mayall en Edmondson zijn. Lang waren deze theatershows niet op DVD te krijgen, maar sinds eind vorige maand kun je ze allemaal op DVD bezichtigen. En dat werd tijd, want de videobanden die ik had waren al jaren naar hun grootje.

Ik ga de shows hier niet beschrijven, tenslotte is de eerste alweer uit 1993 dus ik mag aannemen dat er genoeg over te vinden is op het web, maar waar ik je in al mijn enthousiasme wel deelgenoot van wil maken is onderstaand fragment uit de eerste show, ‘The Stage Show’, waar Rik en Adrian uit hun rol vallen en aan het improviseren slaan. Let op Adrian die Rik maar blijft stangen en aan het lachen probeert te maken, met het publiek in Southampton aan zijn zijde. Lama’s, eat your heart out! Dit is écht leuk.

Kijken, die shows, for fucks sake!

Bottom LIVE 1 t/m 5 zijn sinds 20 november verkrijgbaar in de winkel.

4 dec 2008
Posted by Menno, and filed under Games, Recensie

Nog een Sinterklaaskadootje nodig voor je neefje die niet vies is van zombies afknallen? En je hebt er 49,99 euro voor over? Ja zeg, ga nu niet zeggen dat dat duur is. Het blijkt namelijk dat Nederland, jij dus, massaal spelcomputers kado doet met Sinterklaas en die zijn toch al gauw zo’n 200 à 300 eurootjes. Maar goed, zombies dus.

Left 4 Dead is een kakelvers spel van Valve, de makers van Half-Life. De verhaallijn is mager, maar in dit geval ook niet belangrijk. Je bent één van de vier overlevers in een verder geheel door levende doden overheerste stad. De zombie apocalyps is een feit. Met een tweetal vuurwapens en als je geluk hebt een health-pack en molotov cocktail moet je je levend door de levels heen worstelen. En afhankelijk van de moeilijkheidsgraad is dat niet altijd even makkelijk.

De zombies, of eigenlijk: geïnfecteerden, voldoen in deze game geheel aan de laatste trend en rennen zich de longen uit het lijf (als ze die nog hebben) in plaats van het old-school strompelen, zoals we gewend zijn van de Romero-zombie. Niet alleen is dat een stuk angstaanjagender, je moet ook zeer rap reageren, daar ze elk moment vanuit de bosjes of een schaduwrijke hoek kunnen springen. Wegrennen is geen optie, want reken maar dat ze je inhalen. Komt nog eens bij dat ze vaak in groepen aanvallen. Je hebt al gauw een zombietje of 30 om je heen. Je mitrailleur legen is de enige remedie.

Screenshot uit Left 4 Dead, met de vier hoofdrolspelers

Samen staan we sterk
Left 4 Dead valt alleen te spelen, maar komt beter tot zijn recht in de multi-user stand. Online dus, met mede zombieslachters uit de hele wereld. Je kiest je personage (Bill, Francis, Zoey of Louis) en gaat loos. Het leuke aan dit spel is dat samenwerken essentieel is. In je uppie vooruit rennen is niet aan de orde, want je wordt geheid te pakken genomen door een van de vijf ‘speciale zombies’. Zo zijn er behoorlijk gemuteerde monsters met speciale krachten in het spel die je kunnen onderkotsen, grijpen met een meterslange tong of je simpelweg keihard in elkaar slaan. Uit deze situaties kun je alleen gered worden door je medespelers, die de geïnfecteerden afknallen en je overeind helpen. Zij hebben op hun beurt jouw hulp weer nodig. En dat is gelijk de charme van Left 4 Dead: het in teamverband van a naar b zien te komen.

Eén van de levels

Persoonlijk ben ik een sucker voor alles waar zombies in voor komen. Ik verslind de Walking Dead en andere zombie-stripboeken, kijk films als 28 Days Later, Return of the Living Dead, Dawn en Day of the Dead tot in den treure, dus met een game vol zombies zit je al snel goed bij mij. Helaas heb ik die vorige grote zombiegame, Dead Rising, nooit kunnen spelen aangezien ik geen Xbox 360 bezit, maar dat kleine PC spelletje Land of the Dead: Road to Fiddler’s Green wel. Veel vergelijkingsmateriaal heb ik dus niet, maar ik kan wel constateren dat Left 4 Dead met vlag en vaandel geslaagd is.

Director
Door de interactiviteit -je kunt tijdens het spelen met je teamgenoten chatten en zelfs praten- en de hoge spanningsgraad is het een genot dit spel te spelen. De graphics zijn niet top of the bill, maar zien er nog prima uit. De gameplay is heerlijk en de hoofden van de zombies spatten schitterend uiteen. En als je het zat bent om onschuldige levenloze zielen neer te blaffen, dan is er altijd nog de optie om in de dode huid van de speciale zombies te kruipen en de vier overlevers klein te krijgen in een 8-persoon ‘versus’-spel. Hoe ziek wil je het hebben?

Waar het spel helemaal in uitblinkt is de dynamische aanpak van dramatiek en persoonlijke aanpassingen. Dit systeem, ‘The Director’ genaamd, zorgt ervoor dat het spel zich geheel aan jouw speelwijze, gezondheid, status, vaardigheid en locatie aanpast. Op deze wijze is elk spel weer persoonlijk en intens. Het zorgt tevens voor de juiste muziek op het juiste moment (zie ook de ‘emotiemuziek’ in het spel Need for Speed, dat ik eerder op dit weblog besprak) en passende visuele effecten en opmerkingen van je medespelers. Valve zelf noemt dit ‘procedural narrative’. Erg leuk!

Gezellig

Valve heeft een puik spel afgeleverd dat het lange wachten (werd aangekondigd in 2005) meer dan waard is geweest. Ik hoop echter wel dat er snel nieuwe velden bij komen, al dan niet door de spelers zelf gebouwd, want ik kan me voorstellen dat het snel gaat vervelen, wéér dat vliegveld, wéér dat bos. Aan de andere kant: geen spel is hetzelfde aangezien alles afhangt van je samengestelde team en de hoeveelheid zombies (moeilijkheidsgraad). Daarbij word je beloond als je bepaalde doelen (in totaal 51) hebt gehaald. Werkt altijd!

Kopen, dat spel. Doe het dan gewoon voor jezelf.
Bekijk hieronder de introductiefilm.

Left 4 Dead ligt sinds 21 november in de winkel voor de PC en Xbox 360.

20 okt 2008
Posted by Menno, and filed under Recensie, Strip, Video

Zaterdag werkte hij nog hard aan zijn bijdrage op de 24 Hour Comic Day in stripwinkel Lambiek, terwijl hij gisteren zijn debuutalbum presenteerde in het Utrechtse theater De Kikker. Striptekenaar Rob van Barneveld heeft zijn bescheiden droom uit zien komen: een eigen stripalbum met daarin een selectie strookjes van zijn stripreeks Rood Gras. De bundel draagt de geinige ondertitel Ik ben een bos en er lopen bomen door mij heen.

Van Barneveld heeft zich met zijn 23 jaren nu al een zeer eigen stijl aangemeten. Niet alleen de tekeningen zijn direct te herkennen als de zijne, ook de bizarre humor en vertelwijze zijn helemaal des Rob van Barnevelds. Niet voor niets dat collega-tekenaar Brecht Evens op de achterkant de term ‘Rob van Barneveld-grapje’ introduceert. Een strookstrip die qua vertelwijze en humor ook maar een beetje nijgt naar een Rood Gras stripje, wordt sinds een jaar of twee geconfronteerd met een vergelijking met een Rob van Barneveld-grapje. En da’s knap. Op diezelfde achterflap prijst Hanco Kolk Van Barneveld dan ook als een nieuw Nederlands talent. “Eindelijk dan toch,” voegt hij er aan toe.

Wat is er dan zo uniek aan deze strip? Rood Gras wordt altijd in drie plaatjes verteld. In een simplistische stijl tekent Van Barneveld vaak een mannetje (zichzelf) die iets doodgewoons meemaakt begeleidt door een ‘voice-over’ in een tekstvak bovenin het kader. Het is echter dat doodgewone dat altijd bijzonder wordt door de grote fantasie van de auteur. Zo kunnen bomen praten, koffievlekken lachen, vliegers grommen, kalkoenen suiker lenen en televisies met armen ervoor zorgen dat je niet weggaat. In het stripuniversum van Rood Gras kan alles en het is ondenkbaar dat je niet op z’n minst moet glimlachen na het lezen van een strookje.

Want Rood Gras is leuk. Gegarandeerd dat je vrolijk wordt van het lezen in dit album, dat een hoog ‘cute’-gehalte heeft. Verwacht zeker geen harde en cynische grappen à la Gummbah of Nozzman. Rood Gras is schattig en lief. Bijna braafjes, maar dat is ook wel eens lekker.

Rob van Barneveld is al jaren actief als striptekenaar. Inmiddels publiceerde hij in het Utrechtse beeldblad De Inktpot en het stripmagazine Zone 5300. Zijn strips zijn ook te lezen op zijn website, waar ook eerdere experimenten in het archief zijn terug te vinden. En nu dus een boek. En hoewel het achter elkaar lezen van de 57 pagina’s met 114 strookjes wellicht te veel van het goede is, kan dit eerste deel van Rood Gras als geslaagd worden beschouwd. Een zeer sympathieke uitgave (die van begin tot eind handgeletterd- en getekend is) en verplichte kost voor de fan van de Nederlandse strip en voor een ieder die wil weten wat Nederland in post-Eppo tijd te bieden heeft aan striptekenaars.

Rob van Barneveld – Rood Gras 1: Ik ben een bos en er lopen bomen door mij heen ligt vanaf 23 oktober in de stripwinkel.
Uitgeverij Bries, ISBN 9789076708799
www.roodgras.nl

Video-interview
Tijdens de 24 Hour Comics Day in Lambiek sprak Michael Minneboo met Van Barneveld over Rood Gras:

13 okt 2008
Posted by Menno, and filed under Audio, Literatuur, Recensie

Al het begin is moeilijk. Kijk maar. ’t Kruipt uit het water zonder om te zien. ’t Zou nog een laatste blik kunnen werpen op de oceanen, heimwee voelen uit eerbied, maar dat doet het niet. ’t Heeft er namelijk genoeg van te moeten kruipen over de zandbodems der wateren. ’t Schijt nog een laatste keer hevig in de zee.

En voila. De toon is gezet. De eerste woorden uit de jongste pennenvrucht van Dimitri Verhulst. Het relaas heet Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Ook al een titel die er niet omheen draait. Hierin beschrijft hij de geschiedenis der mensheid vanaf het jaar 0 tot nu. En it ain’t pretty. De mens is rot. Tot op het bot. Lees vooral verder als je deze conclusie nog niet zelf had getrokken.

Vanaf moment één dat de mens -in het boek consequent als ‘t aangeduid, alsof het over een andere diersoort gaat- uit het water kruipt gaat het mis. ’t Gaat namelijk op twee benen lopen en ’t verliest haar. En in zijn kop zit behalve snot ook een brein. En dat is precies wat er aan hem scheelt. ’t Kan beslissingen nemen. En ’t wil neuken. En om deze twee zaken in de praktijk te brengen gaat ’t over lijken. ’t Kan prima voor zichzelf zorgen en dat gaat immer ten koste van anderen.

Dimitri Verhulst. Foto: Nathalie De Clercq

Verleden zonder hoop
De Vlaam Dimitri Verhulst (1972) heeft met Godverdomse dagen op een godverdomse bol (voor het gemak even GDOEGB) een gifzwart schrijven afgeleverd. In minder dan tweehonderd pagina’s komt onze ganse geschiedenis aan bod. Van de oertijd tot de middeleeuwen, van de ene veldslag tot de andere wereldoorlog (hoewel de tijdsperiodes nimmer bij naam worden genoemd). De mens kwam, zag en overwon en maakte ondertussen alles en iedereen kapot, maar vooral zichzelf. Verhulst is een cynicus pur sang en omschrijft deze historie met een vlijmscherpe pen en snoeiharde bewoording. Hoop is vervlogen. Het bloed, de pus en de gruwelijkheid druipt van de bladzijden af. En niet alleen kan hij dit op een schitterende manier verwoorden, hij kan het ook subliem voorlezen. Wat een geluk dat van GDOEGB naast een gebonden versie ook een luisterboek is verschenen.

De volgende twee voorleesminuutjes wil ik je dan ook niet onthouden. Verhulst over de armen en de zieken die “vogelen met demonen”. De mens weet er wel raad mee.

[audio:http://www.eeuwigweekend.nl/audio/dimitriverhulstbezetenen.mp3]

En zo gaat het nog uren door. Ook de komst van de pest en de daarop volgende uitroeiing van de “reuen en teven” (mannen en vrouwen) weet Verhulst tot in detail op papier én cd te zetten.

Verhulst de verteller
Zoals je hoort kan Verhulst uitermate boeiend voorlezen. Het luisterboek van GDOEGB duurt 5 cd’s lang, wat zo’n 5 en een half uur beslaat. Een zeer bijzondere uitgave dus, deze audio-versie. Een aanwinst zelfs, want Verhulst voegt met zijn felle articulatie en nonchalante vertelwijze (in charmant Belgisch) een extra dimensie toe aan het betoog over de hel der mensheid. Je hangt werkelijk aan zijn lippen. Een interessante ontwikkeling overigens, dat luisterboek. Zeker als de auteur het voorlezen zelf voor zijn rekening neemt. Wat dat betreft zou er van elk boek een lees- en een luisterversie moeten uitkomen. Hoewel, urenlang naar Arnon Grunberg luisteren gaat te ver. Een unieke schrijver, maar zeker géén Dimitri Verhulst. Luister maar. Over oorlogsvoering:

[audio:http://www.eeuwigweekend.nl/audio/dimitriverhulstoorlog.mp3]

Een feest
Het moge duidelijk zijn. Je hebt hier te maken met een groot bewonderaar van de schrijver én voorlezer Dimitri Verhulst en zijn Godverdomse dagen op een godverdomse bol. De luisterversie is een feest voor het oor, hoewel ik nu eigenlijk ook het boek wil bezitten. Gewoon, voor het vlugge nalezen van een hoofdstukje zo nu en dan. Het is, ondanks de grove aanpak en de inhoud die de mens als een door en door slecht en allesvernietigend wezen neerzet, een vermakelijk boek. Zwartgalligheid op z’n leukst. En de liefde voor taal spat er van af. Het is pure poëzie wat Verhulst uit zijn pen beukt. Nog wat negatiefs? Jawel, waarom 5 cd’s uitbrengen als het ook op één cd kan in MP3 vorm. Nu moest ik 5 cd’s rippen en op mijn MP3 speler zetten. Maar goed, de mens kan niet alles goed doen.

Dimitri Verhulst – Godverdomse dagen op een godverdomse bol
Uitgeverij Contact
Luisterboek: ISBN: 9789025429768
Gebonden versie: ISBN: 9789025429539

25 sep 2008
Posted by Menno, and filed under Film, Recensie

Saigon. Shit. I’m still only in Saigon.

Zegt een bezopen Martin Sheen in zijn hotelkamer. Het moet één van de beste openingsscènes zijn uit de ganse historie der film. Misschien wel de allermooiste. En Apocalypse Now (1979) van Francis Ford Coppola, waar dit fragment uit komt, één van de beste films aller tijden. Niet alleen in het genre oorlogsfilm springt ‘ie er makkelijk uit, maar ook puur als film. De beelden zijn nog immer op mijn netvlies gebrand en de dialogen kunnen wat mij betreft wedijveren met de schoonste poëzie. Nimmer meer zag ik een film die zo goed de gekte van oorlog (in dit geval die in Vietnam) in al z’n facetten laat zien. En als je dan ook nog het perfecte spel van de acteurs en de uiterst stroeve totstandkoming van deze film -subliem vastgelegd in de documentaire Hearts of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (1991)- in acht neemt, kun je niet anders concluderen dat dit niet alleen als film, maar als kunstwerk ultiem is!


Och man, wat een film!

Knappe jongen die deze film durft te persifleren.

En toch is het acteur en regisseur Ben Stiller gelukt. Zijn Tropic Thunder is een typisch Stilleriaanse komedie over een stel geflipte filmmakers, die bezig zijn met de grootste oorlogsfilm ooit: ‘Tropic Thunder’. Echter, de kosten en de ego’s van de acteurs lopen zo hoog op dat de producent de financiële kraan dreigt dicht te draaien. Regisseur Damien Cockburn besluit hierop om de acteurs in de jungle van Zuidoost Azië te droppen en op Big Brother-achtige wijze te filmen om een extra realistisch effect te bereiken. Tevens moeten de mannen voelen wat het is om je echt in een “echte” oorlogsituatie te bevinden. Dit probeert hij, samen met oorlogsveteraan Four Leaf Tayback (op wiens boek de film in de film is gebaseerd), te simuleren door explosieven in de jungle te plaatsen. Maar ojee, er schijnen ook échte bad guys in de bosjes te schuilen.


De acteurs met regisseur in Tropic Thunder

Indrukwekkende cast
Dus wat hebben we? De gewaagde zet om een parodie op Apocalypse Now te maken en een niet al te spetterend plot. Gedoemd om grandioos te floppen. Maar oh oh oh, wat is Tropic Thunder een leuke film geworden. En dat is mijns inziens enkel en alleen te danken aan de briljante cast. Want dat zijn niemand minder dan Ben Stiller, Jack Black, Robert Downey Jr, Nick Nolte, Tom Cruise, Matthew McConaughey, Steve Coogan en de minder bekende, maar uitstekend spelende Jay Baruchel en Brandon T. Jackson. En dan zijn er nog de cameo’s van Tara Banks, Jon Voight, Jennifer Love Hewitt, Tobey Maguire en Alicia Silverstone.
Een indrukwekkende lijst met namen dus. Meerwaarde echter is dat een aantal acteurs zich van een totaal andere kant laten zien. Jack Black en Ben Stiller kennen we wel. Die doen hun bekende ding, maar vooral Tom Cruise en Robert Downey Jr. leveren topprestaties en zijn bijna niet te herkennen.

Robert Downey Jr.
Zo gelooft Kirk Lazerus, het karakter van Downey Jr, net als Marlon Brando en Martin Sheen in Apocalypse Now, heilig in method acting. Ofwel het volledig opgaan in je rol om uiteindelijk je karakter te worden, ipv te spelen. Kirk Lazerus gooit er een schepje bovenop en laat zich voor zijn rol chirurgisch ombouwen tot neger. Dit tot ongenoegen van zijn medespeler Alpa Chino, die door Lazerus nu tot zijn ‘brother’ wordt gerekent. Downey Jr. liet in Kiss Kiss Bang Bang (2005, Shane Black) al zien over een geweldig komische timing te beschikken, in Tropic Thunder gaat ‘ie all the way en steelt de show. Prachtig om te zien. Ook mister scientology Tom Cruise is erg grappig in zijn rol van bikkelharde en scheldende producent. I hate to say it, maar het is echt zo.

De nieuwe Apocalypse
De knipogen naar het meesterwerk van Coppola zijn er in overvloed, maar het leukste foefje is wel de referentie naar de totstandkoming van Apocalypse Now. Zoals ik hierboven al vermeldde ging het opnemen van deze klassieker niet zonder horten of stoten en dat is nog zacht uitgedrukt. Zo kreeg hoofdrolspeler Martin Sheen tijdens het draaien een hartaanval, was Dennis Hopper constant high, wilde Marlon Brando meer geld, ging er een orkaan over de set en werd de druk van de productiemaatschappij groter en groter, totdat Coppola zelf maar met een paar miljoen dollar op de proppen kwam om het project af te maken. Dit zijn slechts een paar tegenslagen waarmee de film te kampen kreeg. Tropic Thunder speelt daar geweldig op in, door dit tot in het absurde te overdrijven. Zo wordt er bijvoorbeeld ook een compleet bos aan flarden gebombardeerd door een iets te enthousiaste special effects medewerker, terwijl de camera’s niet lopen.

Trailers
Zeer grappig is dan ook de trailer van Rain of Madness, de film over de film in de film. Ofwel een documentaire van de Duitse Jan Jürgen over het filmen van ‘Tropic Thunder’ in Tropic Thunder. Uiteraard zo nep als het kan, maar met z’n 10 minuut 30 en de tagline “Before the thunder…comes the madness” zeer gevat. En het is niet de enige neptrailer. Zo wordt Tropic Thunder voorafgegaan door een aantal trailers van de films van de acteurs: Jeff Portnoy (Jack Black) in ‘The Fatties’, Kirk Lazerus (Downey Jr.) in ‘Satan’s Alley’ en rapper Alpa Chino (Jackson) met zijn reclamevideo voor ‘Booty Sweat’, een hip energiedrankje. Ook hebben ze allemaal hun eigen website gekregen. Zeer de moeite waard om eens te bekijken. Op deze site zijn ook making of- filmpjes te zien en interviews. Ik kijk al uit naar de dvd, die wel bomvol extra’s moet zitten!


Tugg Speedman en Kirk Lazerus tijdens een intieme scène

Tropic Thunder is geslaagd. In al z’n vormen en uitingen. Eén van de leukste films van het jaar. Ga ‘m wel kijken nadat je Apocalypse Now hebt gezien. Niet alleen is ‘ie dan vele malen leuker, je hebt gewoon een groot leeg gat in je culturele opvoeding als je deze film nog niet gezien hebt.

Ben Stiller did it!

Tropic Thunder draait vanaf 25 september in de bioscoop.

xfactor
xfactor
 
xfactor
Dit is de webstek van Menno Kooistra. Alles wat zich binnen de digitale muren van Mennomail.nl afspeelt is beveiligd door deze jongen: ©.