Home
26 dec 2021
Posted by Menno, and filed under Kunst

Een voordeel van de pandemie en thuiszittende kunsthistorici is dat ik nu webinars kan volgen, te weten Kunstgeschiedenis en Symboliek in de kunst. 16 Lessen/32 uren tezamen en ongelofelijk interessant. Gister werd deze gravure van Albrecht Dürer behandeld die nogal indruk op me maakte. Ook best wel kerstig toch? Past wel op deze dag.

Melencolia I (B. 74; M., HOLL. 75) *engraving *24 x 18.8 cm *1514

Voor zij die het niet kennen: het heet ‘Melencolia I’ en is gemaakt in 1514, zie het jaartal bijvoorbeeld grappig verstopt in het magische vierkant en natuurlijk rechtsonder op de prent. Het is gemaakt tijdens de Renaissance en is het ultieme voorbeeld van de Homo Universalis, de mens die al zijn/haar faculteiten en vaardigheden ontwikkelt, dus bijvoorbeeld een goed ontwikkeld atletisch lichaam, maar ook een scherp verstand en bekwaamheden op veel gebieden, met name in de kunsten.

We zien hier een vrouw met vleugels. Het is geen engel maar meer bedoeld als allegorisch personage. Ze kijkt nogal verveeld of melancholisch zoals de titel reeds verklapt. Melancholie werd in die tijd gelijkgesteld aan genialiteit. Dus zwartgallige, teneergeslagen, bijna cynische mensen staan in de kunst vanaf die tijd staan dus vaak symbool voor intellectualiteit.

Dat is ook de reden dat de hond afgebeeld wordt als mager enuitgemergeld. Zo’n beest voeden heeft zo’n geniale figuur toch helemaal geen tijd voor? Verder zien we allemaal gereedschap op de grond liggen die ongebruikt zijn, waarmee de kunstenaar een statement wil maken over de zeven vrije kunsten, waar toendertijd schilderkunst nog niet onder viel. Wat daar wel onder viel was o.a. meetkunde, rekenkunde en grammatica, wat we dan ook volop om de dame heen zien: een passer, een zandloper, een magisch vierkant en de polyeder, een veelvlak of afgeknotte driehoekige trapezoëder. En als je goed kijkt is er en portret in deze polyeder te ontwaren. Een zelfportret van Dürer? Gaat deze prent stiekem over hemzelf?

Er is nog zoveel meer te zien, zoals sleutels (macht), een geldzakje (rijkdom), een engeltje (of putto) en felle lichtbron, wat wellicht een komeet is (die in 1471 zichtbaar geweest moet zijn).

Enfin, fascinerende materie vind ik. Ga ik nu even verder in De School van Athene duiken. Fijne kerstdagen!

16 okt 2021
Posted by Menno, and filed under Persoonlijk

Van 1997 t/m 2001 werkte ik als kok in restaurant De Blauwe Hollander aan de Leidsekruisstraat te A’dam. Ik woonde ook jaren op 1-hoog. Een knusse Amsterdamse tent dat sinds 1979 bestond, waar je heerlijk Hollands eten kon bestellen: stamppotten, aardappelen, gehaktballen, snert, kapucijners, andijvie, maar ook goddelijke biefstukjes, lever, fricandeau, slavinken en schnitzels. Altijd bomvol en zeer gewild bij Amsterdammers en toeristen. Johannes van Dam gaf het een 9. Toptijd.

Toen de euro zijn intrede deed in 2002 verkocht de eigenaar het pand en stopte met het restaurant. Het werd overgenomen door twee blonde dames en werd ‘De Blonde Hollander’ gedoopt. De kaart veranderde naar meer eetcafé-mainstream eten en de inrichting ging van knus en kneuterig naar strak en sjiek. Dit flopte uiteraard en weer nieuwe eigenaars keerde alles weer terug naar hoe het was. Blond werd weer Blauw en het menu bestond weer uit echte Hollandse pot.

De Blauwe Hollander in 1998 en 2021.

Gister heb ik er weer gegeten. Hutspot met draadjesvlees. Het was oprecht heerlijk. Het zat ook weer stampvol en ik moet zeggen: prima sfeer. Sinds lange tijd ook weer afgesproken met vriend en medekok P. met wie ik jaren in de keuken stond en met wie ik me weer verbaasd heb hoe we destijds als broekies van 23 avond op avond een bomvolle tent voorzagen van eten. Fascinerend hoe 17:00 tot 22:00 uur gigastressvol was, maar gek genoeg ook supersmooth liep.

Enfin, ga er eens een keer langs.

Met de complimenten van de kok.

Lees ook: 12 Jaar Leidseplein. Een haat-liefde verhouding

26 mei 2021
Posted by Menno, and filed under Bowie

Sinds mijn veertigste verjaardag vergelijk ik op de socials af en toe waar David Bowie was toen hij dezelfde leeftijd bereikte. Voor de leuk. Een overzichtje.

2016: We werden 40.

De meneer links is ene David Robert Jones en rechts ben ik. Beiden gekiekt op ons 40e levensjaar. Meneer Jones bereikte dit vierde decennium in 1988 en was toen reeds Ziggy Stardust, Aladdin Sane en The Thin White Duke geweest. Hij bracht 16 iconische studioalbums uit, was bezig met zijn zevende wereldtournee, speelde in filmklassiekers als The Men Who Fell to Earth, The Hunger en Labyrinth en was rockgod, sekssymbool, rolmodel, vernieuwer, bevrijder, grensverlegger en frigging DAVID BOWIE! En ik? Ik was dat niet allemaal…
Maar wel dankbaar dat ik in goede gezondheid leef en elke dag geniet van het leven. Ik zeg: doe mij nog 40 van deze jaren! Tenslotte: 40 is het nieuwe 30!

2018: We bereikten de 42.

Fotograaf Bowie: Masayoshi Sukita

De meneer links is ene David Robert Jones. In het midden de cover van de eerste plaat van Tin Machine. Toen hij na de immense theatrale wereldtournee The Glass Spider en zijn giga-succesvolle commerciële jaren ’80 avonturen weer lekker alternatief en low-key wilde zijn. Hij werd “gewoon” één van de vier bandleden van Tin Machine, samen met Reeves Gabrels, Hunt en Tony Sales. Natuurlijk was het “de band van Bowie”, maar zo werd het allemaal zeker niet gepresenteerd. Optredens vonden plaats in kleine venues (die uitbulkten) en iedereen in Tin Machine was gelijkwaardig.
Het eerste (uitstekende) studioalbum kwam uit op 22 mei 1989. Een maand later deed de band Paradiso aan, op 24 juni 1989. Bowie was 42 jaar.
De meneer rechts is Menno Kooistra, genomen op de eerste minuut van zijn 42e levensjaar, luisterend naar Tin Machine. De plaat die hij voor het eerst hoorde op op zijn 13e, via een geleende LP van de bieb.
‘My life’s a roll, Go go go, And it’s amazing’.

2021: De respectabele leeftijd van 45 is aangetikt.

Fotograaf Bowie: Masayoshi Sukita

Links zie je weer David. Hier is hij net 45 geworden. Net als ik. Voor hem was het 8 januari 1992. Vier maanden daarvoor kwam het tweede studioalbum uit van zijn back-to-basics bandje Tin Machine. In 1990 kondigde hij aan zijn oude nummers nooit meer te willen spelen en vierde dat het hele jaar met een Greatest Hits tournee (‘Sound & Vision’). Vlak voor en na zijn 45e verjaardag tourde hij weer met Tin Machine de wereld rond met hun ‘It’s My Life’ tournee en niet snel na zijn verjaardagsfeestje stopte hij met de band. De laatste keer dat hij met de boys speelde was op 17 februari 1992 in Tokio.
Bowie ging zich weer focussen op een nieuwe soloplaat, na het slappe Never Let Me Down uit 1987 en twee Tin Machine albums (en een live album dat op 2 juli verscheen). Maar voordat ‘Black Tie White Noise’ in 1993 uitkwam, trad hij in april 1992 nog even op tijdens het Freddy Mercury Tribute, trakteerde hij zichzelf op een nieuw stel tanden en trouwde vier dagen later in het geniep met Iman, met wie hij de rest van zijn leven zou slijten en in 2000 een tweede kind kreeg.
Menno Kooistra, hier rechts afgebeeld, viert het begin van zijn 45e levensjaar middenin een coronacrisis en zonder een spetterend feestje, maar gezegend met een gezond en gelukkig leven met vele dierbaren om hem heen.
Menno: “It’s My Life!”

Tags:
27 feb 2021
Posted by Menno, and filed under Film, Muziek

Ik stuitte vanavond op een nieuwe website van Nick Cave waarop hij kunst verkoopt. En frutsels, knutsels, t-shirts, singles en en weet ik veel wat. Cave Things heet de site. Intrigerend. De man is sowieso lekker bezig de laatste tijd. In 2019 kwam zijn laatste plaat uit met de Bad Seeds, Idiot Prayer en hij zou ook gaan touren. Maar dat ging uiteraard niet door, dus kwam hij met deze site én nog een nieuwe plaat, die hij samen met Warren Ellis opnam: Carnage (2021). Donker, somber, maar fucking mooi.

Ik zou naar zijn concert gaan. In de Ziggo Dome. Twee keer uitgesteld, uiteindelijk afgelast. Heel jammer, want ik zag hem nimmer live, iets wat ik heel graag had gedaan. Het geld werd teruggestort, maar het zat me niet lekker. Toen ik op deze site stuitte was het besluit iets van zijn kunst te kopen dan ook snel genomen.

Ik kocht een stukje van zijn verzameling “religieuze kunst”. Waarom? Wel, dat komt mede door Robert Neugarten, die ons in een filminleiding van VoorDeFilm trakteerde op een anecdote over Cave. Hij zag hem in 1984 namelijk struinen door antiquarische boekenkraampjes in Amsterdam op zoek naar…religieuze kunst. Iets dat pas duidelijk werd in de geweldige documentaire over Cave, 20.000 Days On Earth uit 2014. Hierin doet hij uit de doeken dat hij een verzamelaar is van pornografische kunst, maar omdat hij zich hier schuldig over voelt, compenseert hij dat met het verzamelen van religieuze kunst. Geweldig verhaal, maar ook een geweldige aanschaf, aangezien het ook nog eens gesigneerd is.

Geen Cave live, maar wel soort van live. Plus een heerlijke nieuwe plaat. En nu ga ik 20.000 Days On Earth weer opzetten.

Hier overigens de anecdote van Robert:

25 jan 2021
Posted by Menno, and filed under Autobio Strip

Corona + Lockdown + avondklok = nieuwe autobiostrip.

Tags:
27 nov 2020
Posted by Menno, and filed under Bowie, Film, Recensie

Ok, ik keek zojuist Stardust. De Bowie biopic van de dappere regisseur Gabriel Range en Johnny Flynn als David Bowie. Believe the hype: de film is inderdaad slecht.

Wat gaat er mis? Om te beginnen dat er geen toestemming is van erven Bowie om zijn muziek te gebruiken. Dus ze gebruiken ripoffs, nummers die iets weg hebben van. En als “Bowie” zingt in de film, “zingt” hij covers. Twee keer Jacques Brel (Amsterdam en My Death) en een keer The Yardbirds (I Wish You Would). En alsof dat niet al triest genoeg is, is het ook nog eens niet om aan te horen. Ik las dat het echt Flynn is die probeert te zingen, maar het is echt slecht.

Flynns Bowie ziet er niet uit. Waar de Freddy Mercury van Rami Malek er nog enigszins mee wegkomt, is dit om te janken. Een gebit vol rotte tanden, de verschillende ogen en lang blond haar worden teniet gedaan door het vierkante hoofd en te gespierde lijf van Flynn. En dat overdreven Britse accent…Het is het allemaal niet.

De film speelt zich af tijdens de korte tournee in Amerika na de release van The Man Who Sold The World. Bowie gaat op pad met een geflopte manager om hem beroemd te maken. Alles mislukt en Bowie wordt weggezet als een slome langharige verwijfde sukkel in een jurk, die constant aan het mimen is. Hij maakt domme opmerkingen, lacht zijn grapjes verlegen weg en er komt werkelijk niks zinnigs uit zijn mond.

Bowie heeft het moeilijk met zijn halfbroer Terry (in de film zijn broer) die in een gekkenhuis zit en hij vreest dat hij ook gek wordt. Dat wordt tot in den treure herhaald en gevisualiseerd door flashbacks en hallucinante visioenen. De film begint zelfs met een droom van Bowie dat hij als fucking astronaut in de hal van het gekkenhuis staat. Dit alles in een eerbetoon aan Kubricks 2001: A Space Odyssey. Draag mij maar weg.


De film volgt verder het geijkte biopic-pad: popster heeft moeite zijn muziek aan de man te brengen, gaat door een dal, ziet het niet meer zitten, wil het opgeven, doet drugs, maar heeft ineens een ingeving en breekt door. In het geval van onze grote vriend waren het een tweetal eureka-momenten: iemand noemt de naam Stardust (die van The Legendary Stardust Cowboy) en iemand zegt dat hij iemand anders anders moet zijn. En op die momenten zie je Flynn kijken van: hmmmmmm…wacht eens even…….HIJ HEEFT GELIJK!


Bowie gaat ook op bezoek bij Warhol. Gaat ‘ie ook weer mimen. Angie zit er ook in. Met een Engels accent. En Marc Bolan. En de Spiders. Alles wat je denkt dat er in zit, zit erin. En dat allemaal zonder één noot van Bowie’s muziek. het is om te huilen.


Om alles nog even af te toppen: de film sluit af met Bowie die My Death speelt. Jeweetwel, de bekende opname van Ziggy in 1973. (“In front of that door there is… me me me me!). Die beelden, dat nummer zijn mij zo dierbaar. Dat is zo ongelofelijk kwetsbaar, gevoelig, zo mooi. Het kan mij nog altijd zeer ontroeren. En juist dát nummer wordt nagespeeld. Zelfde lage camerastandpunt, de close-up. de make-up. Alleen Flynn zingt het. Ik ging dood. My death.

Het is echt zeer ernstig deze film. Het is een doodzonde.

10 okt 2020
Posted by Menno, and filed under Overpeinzing

Heb de griep flink te pakken sinds gisteren en heb al zwetend en ijlend de nieuwe Netflixer ‘The Haunting of Bly Manor’ (van Mike Flanagan) gebinged. Zal ongetwijfeld aan mijn fragiele staat hebben gelegen, maar ik vond het helemaal fantastisch. Dit vervolg op het uitstekende ‘The Haunting of Hill House’ (ook van Flanagan) heeft dezelfde cast in andere rollen. Het verhaal is gebaseerd op het boek ‘The Turn of the Screw’ van Henry James en gaat over een spookkasteel en diens bewoners. Eerder ook verfilmd als het meesterlijke ‘The Innocents’ (1961).

THE HAUNTING OF BLY MANOR (L to R) AMELIE BEA SMITH as FLORA , BENJAMIN EVAN AINSWORTH as MILES, and T’NIA MILLER as HANNAH in THE HAUNTING OF BLY MANOR. Cr. EIKE SCHROTER/NETFLIX © 2020

Bly Manor is geen spookverhaal, zoals een personage in de laatste aflevering zegt, maar een liefdesverhaal. En ik ging er helemaal in mee, incluis traantjes. Negen uren is lang en voor sommigen wellicht te lang, maar nogmaals, ik ben niet helemaal lekker en het gaf mij de tijd en voldoening om me helemaal met de personages, die excellent acteren, te identificeren. Uiteraard zijn er ook zaken die de boel flink verpesten, maar die heb ik mezelf alweer laten vergeten.

Die Mike Flanagan. Die gaat lekker de laatste jaren. Okay, Dr. Sleep was een beledigende en ontiegelijk slechte rukfilm, maar Oculus, Hush, Absentia en deze twee series zijn wel mijn kopjes thee.

Aanrader! En ja, er zitten weer tientallen geesten verstopt in de achtergrond.

The Haunting of Bly Manor
Tags:
xfactor
xfactor
 
xfactor
Dit is de webstek van Menno Kooistra. Alles wat zich binnen de digitale muren van Mennomail.nl afspeelt is beveiligd door deze jongen: ©.